Het glazen plafond: familiebedrijven doen het beter

De laatste decennia is er veel inkt gevloeid over het aanhoudende onevenwicht tussen mannen en vrouwen in leidinggevende functies, onder meer in het bedrijfsleven. Hoewel er een positieve evolutie is, blijft genderevenwicht toch een pijnpunt. Maar uit recent onderzoek blijkt wel dat familiebedrijven een voortrekkersrol te vervullen.

Het is een feit dat er een onevenwicht blijft bestaan tussen mannen en vrouwen in topfuncties. En dit ondanks een aantal positieve, treffende vaststellingen. Zo vormen vrouwen de meerderheid van de afstuderende studenten aan universiteiten en hogescholen. Dit potentieel aan talent, kennis en competenties niet benutten, vormt een spijtig verlies. Talrijke studies tonen ook aan dat meer diversiteit in het leidinggevend team leidt tot een betere besluitvorming en meer cohesie. Dat heeft op zijn beurt een positieve impact op de performantie van het bedrijf, zowel op financieel vlak als op organisatorisch vlak.

Bedrijven hebben er met andere woorden alle belang bij om werk te maken van een gediversifieerde leiding. En dus niet (louter) vanuit een emancipatiegedachte of morele overwegingen, maar eenvoudigweg omdat het de organisatie ten goede komt.

Confronterende cijfers

Hoewel in vele landen maatregelen worden genomen die de diversiteit in, onder meer, raden van bestuur stimuleren of zelfs opleggen, blijven de recente cijfers confronterend. We lijsten enkele voorbeelden op.

In geen enkele Europese lidstaat komen de raden van bestuur van grote beursgenoteerde bedrijven in de buurt van de vooropgestelde genderdiversiteit. In slechts vier van de achtentwintig lidstaten bestaat minstens een vierde van die raden van bestuur uit vrouwen. Slechts 3,3% van die grote Europese bedrijven heeft een vrouw als CEO, blijkt uit een rapport van de Europese Commissie.

In Nederland blijken slechts 14,2% van de bedrijven het streefcijfer van 30% vrouwen in de raad van bestuur te bereiken, leert een recent onderzoek. Wat de raad van commissarissen betreft behaalt slechts 17,8% het streefcijfer van 30%. Die cijfers worden overigens gerealiseerd door een klein aantal voortrekkers.  Ruim driekwart van de onderzochte Nederlandse raden van bestuur telt geen enkele vrouw.

Beter genderevenwicht in familiebedrijven

Het goede nieuws is dat familiebedrijven volgens een recente wereldwijde studie van EY koploper zijn in de evolutie naar een beter genderevenwicht in leidinggevende posities. EY bevroeg 525 van de grootste en langst bestaande familiebedrijven ter wereld en kwam tot de conclusie dat in deze bedrijven vrouwen verder doorgroeien dan in niet-familiebedrijven, en dat zij dit ook sneller doen.

De auteurs van het EY-rapport zijn van mening dat dit te maken heeft met een aantal factoren die inherent zijn aan succesvolle familiebedrijven: een focus op langetermijndenken en duurzame groei, en een bedrijfscultuur die sterk inzet op cohesie en engagement van zowel familieleden als niet-familieleden. Bovendien blijkt dat de aanwezigheid van vrouwelijke rolmodellen in leidinggevende functies een positieve invloed heeft op de betrokkenheid en motivatie van vrouwen in het bedrijf, zowel familieleden als niet-familieleden. 

Een factor die vaak terugkomt in dit debat is ook de stelling dat vrouwen meer dan mannen belang hechten aan de work-life balance. Dit lijkt echter in de toekomst minder determinerend te worden: generatie Y (mannen én vrouwen) hecht hieraan immers een veel groter belang dan de vorige generatie en ziet flexibiliteit als hét middel om hieraan tegemoet te komen.

Deze mentaliteit, die overigens niets te maken heeft met een gebrek aan commitment maar wel met een streven naar een gezond evenwicht, kan een belangrijke rol spelen in het totstandkomen van nieuwe systemen en patronen. Ze kan dus bijdragen tot meer genderevenwicht in leidinggevende functies. 

Onze Opvolgersacademie, waarvan in oktober de vijfde editie van start ging, laat alvast het beste verhopen: bijna de helft van de deelnemende opvolgers en kandidaat-opvolgers zijn vrouwen.