Is de verkoop van het familiebedrijf slecht voor de economie?

De verkoop van enkele familiebedrijven de voorbije weken lokte soms ongenuanceerde reacties uit. Zo werd er geïnsinueerd dat de verkopende families meer begaan zijn met het fortuin voor de erfgenamen dan met de economie van het land. We moeten de zaken echter in perspectief plaatsen.

Blijkbaar gaan die critici er nog steeds vanuit dat familiale successie gelijkstaat met succes en dat verkoop faling betekent. Die opvatting wordt gevoed door de onbetrouwbare statistiek dat "slechts" een derde van de familiebedrijven naar de volgende generatie gaat.

Diegenen die vinden dat de verdwijning van het familiebedrijf als familiebedrijf een mislukking inhoudt, hanteren de achterhaalde enge bedrijfsaanpak. Volgens die benadering ligt de focus op het bedrijf, is het perspectief statisch, beperkt het gevoel van traditie zich tot het verleden en krijgt continuïteit een eenzijdige invulling.

Brede ondernemerschapsvisie

Tegenover die enge bedrijfsaanpak plaatsen wij de brede ondernemerschapsvisie. De ondernemerschapsblik focust op ondernemerschap, heeft een dynamisch perspectief, koestert de toekomst als gevoel van traditie en geeft een veelzijdige betekenis aan continuïteit.

Bovendien zou de micro- en macro-economische impact van familiebedrijven door een dynamische lens moeten worden beoordeeld. Een dynamische kijk houdt rekening met de verdere ontwikkeling van het verkochte bedrijf en met de toekomstige acties van de verkopende familie.

Tegenover verkochte familiebedrijven staan er trouwens zoveel familiebedrijven die sterk doorgaan als familiebedrijf, andere bedrijven kopen en er familiebedrijven van maken, ...

Laten we niet langer het verkoopmoment zelf beoordelen en veroordelen. Dat geeft immers blijk van een statische redenering en van blindheid voor de gevolgen van een daad. Familiebedrijven illustreren ten voeten uit dat de economie een dynamisch systeem is.