Bestuurders moeten blijven vooruitzien

31.03.2017

Eind april start het Instituut voor het Familiebedrijf een nieuwe editie van de opleiding ‘Bestuurder in het familiebedrijf’. Naast experts zullen ook een aantal prominente ondernemers uit familiebedrijven getuigen over goed bestuur. Zo nodigt het IFB ook Herman Van de Velde, voorzitter bij lingeriebedrijf Van de Velde NV, uit om te getuigen.

Het bedrijf Van de Velde werd in 1919 opgericht, en bestaat dus bijna 100 jaar. Achiel en Margaretha Van de Velde vervaardigden dameskorsetten van hoge kwaliteit en verkochten hun producten via speciaalzaken. In de tweede generatie werden twee families aandeelhouder: de familie Laureys en de familie Van de Velde, die elk 50% in handen hadden. “Het was een succesperiode, maar er waren in die tijd weinig geformaliseerde afspraken en er was ook geen actieve raad van bestuur”, vertelt Herman Van de Velde.

Beursgang: een nieuwe realiteit

Toen hij als lid van de derde generatie in het bedrijf kwam in de jaren ’80, waren alle aandeelhouders actief. Het was een periode van groei. En in 1997 besliste Van de Velde besliste om naar de beurs te gaan, een operatie die een verdere professionalisering van het modebedrijf inluidde. Er werd een familieholding opgericht, waarin de families Laureys en Van de Velde gelijkwaardig participeren, en die vandaag 55% van de aandelen in handen heeft. De resterende 45% wordt verhandeld via de beurs.

“Op dat moment was een actieve Raad van Bestuur met onafhankelijke bestuurders een verplichting. Maar ik geef grif toe dat we ons moesten aanpassen aan die nieuwe realiteit. Er moest een duidelijker onderscheid komen tussen de bevoegdheid van de bestuurders en die van het operationele management”, legt Herman Van de Velde uit.

“De ervaring heeft me geleerd dat die onafhankelijke bestuurders competentie binnen brengen, een klankbord vormen voor de ondernemende familie, kritische vragen stellen over de strategie, het management wakker houden en uiteraard ook voor een stuk controle uitvoeren.”

Strategie en lange termijn

Eén van de belangrijkste opdrachten voor de Raad van Bestuur is het bepalen van de missie en de visie voor de onderneming en het bewaken van de langetermijnvisie. “In een familiebedrijf waar je referentieaandeelhouder bent, bewaakt de familie uiteraard die lange termijn. Want je bent daar toch bezeten van. Maar in bedrijven met een meer versnipperd aandeelhouderschap en waar het management een grotere rol speelt, moet de Raad erop toezien dat er geen kortetermijn beslissingen worden genomen die mogelijk een negatieve impact hebben op de lange duur. Ook dat is een rol voor de onafhankelijke bestuurders.”

Wat de strategie betreft, ziet Van de Velde in management en bestuurders twee partners die nauw moeten samenwerken: “Voor mij is het aan het management om een strategie voor het familiebedrijf uit te werken en voor te stellen – uiteraard in lijn met de missie en de visie. Maar hoe wil men die concreet maken? Hoe vertaal je dat in operationele plannen? Wat ga je doen om welke resultaten te bereiken? Dat zijn vragen waar het management met voorstellen moet komen.”

“Vervolgens is het aan de Raad om die strategie te challengen en er kritische vragen bij te stellen. Indien nodig, sturen de bestuurders de voorstellen ook bij. De Raad van Bestuur zal uiteindelijk de strategie valideren en ook toezien op haar uitvoering. Van het management wordt op geregelde tijdstippen een rapportage verwacht waarin het uitlegt hoever de uitvoering staat, waar er eventueel afwijkingen zijn, waarom en hoe daarop wordt ingespeeld”, aldus de voorzitter.

Uitdagingen voor de Raad van Bestuur

In 2015 besliste Herman Van de Velde om uit de operationele leiding te stappen. Daardoor vervullen de families dus geen operationele taken meer. Ze concentreren zich op hun rol van aandeelhouder. “De uitdagingen voor alle bedrijven zijn dezelfde: globalisering, druk om te innoveren, de war on talent, digitalisering, enzovoort…”, vertelt hij. “Maar voor een familiebedrijf is het ook zaak om de verwevenheid tussen familie en bedrijf te behouden. En om de 25 jaar moet het ook de gevaarlijke bocht van de generatiewissel nemen. Een gevaarlijke bocht, want het bedrijf moet belangrijker blijven dan de familie.”

Het komt er dus op aan dat de bestuurders zich concentreren op de toekomst van de onderneming. “Bestuurders moeten besturen en blijven vooruitzien. Corporate governance trapt te vaak in de val van controle: laat ons kijken of we voldoen aan alle regels en voorschriften, en of we goed bezig zijn. Soms merk ik ook dat onafhankelijke bestuurders teveel de risico’s zien en op de rem gaan staan. Terwijl het essentieel is voor familiale ondernemers om de opportuniteiten te zien, risico te nemen en ervoor te gaan. De Raad van Bestuur moet ervoor zorgen dat het management blijvend gestimuleerd wordt op dat vlak.”

Herman Van de Velde benadrukt tot slot de meerwaarde van onafhankelijke bestuurders: “Ik zou elk bedrijf aanraden om onafhankelijke bestuurders aan te nemen. Zelfs al ben je niet beursgenoteerd en is er geen verplichting. Ook een Raad van Advies met buitenstaanders kan een zeer waardevol klankbord zijn om even afstand te nemen van het dagelijkse en stil te staan bij de lange termijn. Want we mogen niet vergeten: vaak moeten bedrijfsleiders het alleen waarmaken. Het blijft toch een eenzame job. Onafhankelijke bestuurders helpen je de zaken te objectiveren en stuwen ook de professionalisering.”

Wil u zich als bestuurder meer inzicht in governance? Wil u meer te weten komen over de werking van een Raad van Bestuur of Raad van Advies? Neem dan deel aan de opleiding “Bestuurder in het familiebedrijf”. Ze start op donderdag 27 april en telt 5 thematische sessies. Voor meer info en inschrijvingen: sien@familiebedrijf.be of www.familiebedrijf.be/bestuurder-een-familiebedrijf