1. Een onderneming wordt, ongeacht de omvang, als een familiebedrijf beschouwd als de meerderheid van het stemrecht op de algemene vergadering in handen is van de oprichter of de eigenaar van de onderneming en zijn familie.
    Omdat in veel Europese landen een meervoudig stemrecht bestaat, werd gekozen voor het criterium van de stemkracht in plaats van het aandelenbezit. Het maakt niet uit of de familie de stemkracht rechtstreeks uitoefent, of door middel van juridische vehikels zoals stichtingen of holdings die zij controleert.
    Indien het familiebedrijf beursgenoteerd is – zoals Bekaert, Sioen of Vandevelde in België – volstaat het dat de familie vijfentwintig procent van de stemkracht bezit. Bij beursgenoteerde familiebedrijven is het aandelenbezit meer verspreid, zodat de drempel van vijfentwintig procent van de stemkracht de familie een feitelijke meerderheid bezorgt.
  2. De tweede voorwaarde is dat minstens één vertegenwoordiger van de familie actief is in het management of het bestuur van het bedrijf.
    Op deze manier wordt rekening gehouden met het feit dat er gradaties zijn in het familiale karakter van bedrijven. Zo zijn er familiebedrijven waar het eigendom, het management en het bestuur uitsluitend in handen zijn van familieleden.
    Daarnaast zijn er bedrijven waar de familie niet meer de dagelijkse leiding bekleedt, maar wel nog de enige of de voornaamste eigenaar is. De meeste beursgenoteerde Belgische familiebedrijven vormen daar mooie voorbeelden van.

Economisch belang.

Het belang van familiebedrijven voor onze economie is aanzienlijk. Onderzoek in opdracht van FBNet Belgium, het netwerk van de grootste familiebedrijven, heeft aangetoond dat meer dan 75% van de Belgische ondernemingen onder familiale controle valt.

Maar er zijn nog treffende cijfers die het belang van familiebedrijven voor onze economie illustreren:

Ze zijn goed voor bijna de helft van de tewerkstelling in ons land, namelijk 45%. Als we Vlaanderen alleen bekijken, is dat zelfs méér dan de helft.

  • Ongeveer 33% van het Belgische bbp wordt gerealiseerd door familiebedrijven. Ze dragen dus in ruime mate bij tot de totale waardecreatie van de economie.
  • Van de bedrijven die meer dan 200 miljoen euro omzet realiseren, is ruim de helft (55%) een familiebedrijf.
  • Bovendien is 48% van de bedrijven die meer dan 200 medewerkers tewerkstellen in familiale handen.

Dit onderzoek, uitgevoerd door professor Johan Lambrecht en Vincent Molly in 2011 toont niet alleen het aanzienlijke economische gewicht van familiebedrijven. De onderzoeksresultaten wijzen ook op de grote continuïteit van dergelijke ondernemingen.

De gemiddelde leeftijd van niet-familiebedrijven bedraagt 17 jaar, die van familiebedrijven is met 23 jaar flink hoger. Bovendien staat het hoofd van een familiebedrijf gemiddeld 18 jaar aan het roer, terwijl dat in andere ondernemingen slechts 13 jaar het geval is. Familiaal aandeelhouderschap is dus een grotere garantie voor continuïteit en stabiliteit.

Wil u nog meer weten over dit onderzoek? Lees het hier.