Belastingvrije interne meerwaarden

Gastblog ING
03.07.2014
Eigendom

Als een belastingplichtige aandelen verkoopt aan of inbrengt in een vennootschap waarvan hij ook aandeelhouder is en/of controle bezit, dan spreekt de fiscus van een ‘interne meerwaarde’. Onder sommige voorwaarden is die belastingvrij.

Een meerwaarde op aandelen is slechts belastingvrij als ze past “in het normale beheer van het privévermogen” en niet wordt gekenmerkt door speculatie. Buiten dat kader is de gerealiseerde meerwaarde belastbaar tegen 33 procent. Als belastingplichtige kan u uw dossier ter beoordeling voorleggen aan de rulingcommissie, zodat u zekerheid krijgt over de kwalificatie van een voorgenomen verrichting.

De rulingcommissie heeft eind 2013 een geactualiseerde versie van haar advies voor deze verrichtingen gepubliceerd (www.ruling.be). Het oorspronkelijke advies, dat dateert van 2011, koppelde het verkrijgen van een positieve ruling onder andere aan het respecteren van een aantal engagementen tijdens een periode na de inbreng (‘stand still’). Zo mocht de inbreng-genietende holding niet overgaan tot een kapitaalvermindering binnen de drie jaar na de inbreng.

Overtollige liquiditeiten

In maart 2013 werd een belangrijke precisering toegevoegd voor de ‘overtollige liquiditeiten’. Het luidde dat “de rulingcommissie er zich zal van verzekeren dat de verrichting niet tot doel heeft om overtollige liquiditeiten die voorheen door de operationele vennootschap werden opgebouwd, belastingvrij uit te keren”. De rulingcommissie suggereert om in zo’n geval voorafgaand aan de inbrengverrichting een dividenduitkering te doen (met toepassing van roerende voorheffing tegen 25 procent).

In de nieuwe versie komen de ‘overtollige liquiditeiten’ ook aan bod, maar wel in aangepaste en ruimere bewoordingen. Men heeft het over “voorheen opgebouwde overtollige liquiditeiten, ongeacht waar ze zich bevinden”. Bovendien moet het begrip ‘liquiditeiten’ ruim worden geïnterpreteerd en kan het ook gaan om een opgebouwde effectenportefeuille, beleggingsproducten en zelfs onroerende goederen.

Nieuw is dat voortaan bij de beoordeling van de overtollige liquiditeiten rekening gehouden kan worden met de economische realiteit, de bedrijfspolitiek en de liquiditeitsbehoeften van het bedrijf. Dat komt neer op een versoepeling in vergelijking met de vorige versie.

Antimisbruikbepaling

In de nieuwe versie van haar advies heeft de rulingcommissie ook de toepassing van de nieuwe antimisbruikbepaling geïntegreerd. Tijdelijke engagementen (‘stand still’) zijn niet langer doorslaggevend in de beoordeling van een verrichting. Ze worden ook niet meer gevraagd door de rulingcommissie. In de plaats wordt a posteriori nagegaan of de niet-fiscale motieven die werden ingeroepen om de verrichting te motiveren, wel degelijk werden gerealiseerd.

Nog meer dan vroeger is het dus van belang een degelijk dossier uit te werken waaruit blijkt dat de verrichting is ingegeven door reële, niet-fiscale motieven. Het respecteren en het effectief realiseren van die motieven is cruciaal. In het andere geval, en ook al was er initieel een positieve ruling, kan men door het toepassen van de antimisbruikbepaling op een latere kapitaalvermindering alsnog overgaan tot een belastingheffing. Meerbepaald als dividenduitkering, die belast wordt tegen 25 procent.

(Sarah Joos, ING Belgium Private Banking - Wealth Analysis & Planning)