De Groeisubsidie: het VLAIO instrument bij uitstek om van perspectief te veranderen!

Gastblog KPMG

De groeisubsidie is een instrument van het Vlaams Agentschap Innoveren & Ondernemen (VLAIO) om ondernemers te stimuleren externe kennis in te kopen. Deze kennis is bedoeld om de organisatie of het familiebedrijf te helpen met groeien. We geven jullie graag even een ‘deep dive’ in het instrument.

Groeien, wil niet elke onderneming dat?

Dat klopt, maar daar wringt meestal ook het schoentje. De naamgeving is in deze wat ongelukkig gekozen. Het is inderdaad zo dat er een bepaalde groei van de organisatie verwacht wordt, bv. onder de vorm van een omzetstijging, aanwerving van extra personeel of het opzetten van nieuwe afdelingen. Die groei moet echter gekoppeld zijn aan een bepaalde kanteling (transformatie) van de organisatie. Transformatiesteun zou hier dus een betere naam zijn, maar die werd reeds opgeëist door het instrument dat steun voor investeringen en opleidingen behelst (STS: strategische transformatiesteun).

Het ambitieniveau van de (familiale) onderneming staat centraal in een groeisubsidie en het ontbreken van externe kennis zorgt voor de noodzaak om met derden samen te werken of iemand extra aan te werven. Er moet dus sprake zijn van een zekere groeipijn binnen de organisatie. Voor zowel de aanwerving van een strategisch profiel als het beroepen op een externe dienstverlener krijg je 50% steun met een maximum van 25.000 EUR. In totaal kan je als steunvragende onderneming dus tot 50.000 EUR ophalen met dit subsidie-instrument.

Mag zomaar iedereen hier op intekenen?

Jammer genoeg niet. Er zijn een aantal voorwaarden waaraan zowel de onderneming als de personen of dienstverleners die het advies verlenen moeten voldoen. De onderneming zelf moet een KMO zijn en mag geen negatief eigen vermogen hebben. Met KMO wordt elke onderneming bedoeld die via consolidatie minder dan 250 werknemers heeft en die jaarlijks minder dan 50 miljoen EUR omzet genereert of minder dan 43 miljoen EUR onder het balanstotaal heeft staan. Grote ondernemingen vallen hier dus uit de boot.

Op het vlak van de aanwerving geldt dat volgende personen niet in aanmerking komen voor steun:

  • personen die tot 5 jaar terug gewerkt hebben voor de steunvragende onderneming of een verbonden onderneming;
  • personen die als zelfstandige actief zijn bij de steunvragende onderneming of een verbonden onderneming;
  • personen die rechtstreeks of onrechtstreeks stemrechten of kapitaal van de onderneming in handen hebben;
  • personen die verbonden zijn tot de tweede graad als echtgenoten, als bloedverwanten of door samenwoning met de zaakvoerder, bestuurder of aandeelhouders van de onderneming.

Onderbouwen van de aanwerving doe je onder meer door een vacaturetekst samen met een organogram van de structuur waarin de persoon terecht zal komen aan VLAIO te bezorgen. Het gaat hierbij om een strategisch profiel en dat moet aangetoond kunnen worden aan de hand van het organogram.

De externe dienstverlener moet eveneens aan bepaalde voorwaarden voldoen om in aanmerking te komen voor steun:

  • de dienstverlener moet steeds een derde zijn ten aanzien van de steunvragende onderneming;
  • de dienstverlener mag niet geschorst, geweigerd of uitgesloten zijn voor de KMO-portefeuille;
  • de dienstverlener mag niet gerechtelijk veroordeeld zijn of voorwerp uitmaken van een gerechtelijk onderzoek.

Onderbouwen van het beroepen op een dienstverlener doe je onder meer door een door beide partijen getekende offerte toe te voegen bij de indiening van het dossier.

De strategische kanteling

Als groeiende (familiale) onderneming komen er wellicht een aantal zaken op je pad die een verandering in je manier van werken noodzaken. In die context heeft VLAIO een aantal strategische kantelingen vooropgesteld waar je als onderneming op kan inzetten en waar je steun voor kunt krijgen. Je mag daarbij kantelen hoe en naar waar je dat wenst (de kanteling wordt op bedrijfsniveau bekeken) maar één van onderstaande thematieken MOET daarbij betrokken worden, nl.:

  • internationalisering: duurzaam groeien door ambitieuze export (dus exporteren naar Wallonië als Vlaamse onderneming is niet ambitieus genoeg);
  • digitalisering: op een intelligente manier data inzetten om als organisatie meer gebruik te maken van processen, systemen, nieuwe business modellen, …;
  • innovatie: een strategie ontwikkelen om vernieuwende producten of diensten op de markt te zetten of bedrijfsprocessen aan te passen om met verandering om te kunnen gaan (vaak in de vorm van een kanteling van productverkoper naar dienstverlener of omgekeerd; ook B2B naar B2C kan daar onder vallen);
  • circulair en duurzaam ondernemen: dit spreekt voor zich.

Het helpt natuurlijk dat VLAIO voor al deze thematieken scoreroosters heeft ontwikkeld zodat je als onderneming kan aftoetsen in welke mate de thematiek aansluit bij de toekomstvisie. Hier vind je meer informatie over de scoreroosters voor en aanvraagprocedure van de groeisubsidie.

Geen continu systeem

Belangrijk om weten is dat de groeisubsidie niet op elk moment aangevraagd kan worden en dus onder een call systeem valt. Hierbij zijn er bepaalde periodes bepaald waarin de aanvraag ingediend moet worden. Deze zijn:

  • maart/april;
  • juli/augustus;
  • november/december.

Een steunaanvraag in deze periodes indienen, betekent dat je pas de maand volgend op de indiening kan starten met de activiteiten. Een voorbeeld: indienen op 17 maart betekent dat je een aanwerving mag doen op 18 maart (contract tekenen) met als startdatum 1 april. Als het contract voor 17 maart (indiendatum) is getekend of indien de persoon start in de maand van de aanvraag (Dimona-attest wordt gecontroleerd), zal de aanvraag onontvankelijk worden verklaard. Een verwittigd man/vrouw is er twee waard…

Een groeisubsidie kan je trouwens slecht één keer om de drie jaar aanvragen. Goed nadenken over het wat, waarom en wanneer is dus essentieel voor je officieel een aanvraag indient.

Conclusie

KMO’s en familiebedrijven worden constant geconfronteerd met een immer veranderende omgeving. Aanpassingen doorvoeren is een noodzaak, maar daarom niet altijd gemakkelijk te implementeren. Aarzel niet om contact op te nemen met onze KPMG Grants & Incentives Practice bij vragen. Zij staan klaar om jou en jouw bedrijf verder te helpen met het opstellen en indienen van een subsidieaanvraag.

Matthias Marescaux

KPMG

Terug naar het overzicht

Opvolgersscan

Als eigenaar/bedrijfsleider van je familiebedrijf heb je wellicht het liefst dat één of meerdere kinderen op een bepaald moment het roer overnemen.

Maar hoe bepaal je als ouders objectief of je kinderen hiervoor aangewezen zijn?

Ontdek het hier

Een niet-familiale CEO: zes aandachtspunten

Samenwerken met een niet-familiale CEO loopt niet steeds van een leien dakje.

Jozef Lievens stipt 6 factoren aan die het aantrekken van en de samenwerking met een externe CEO kunnen maken of kraken.

Meer weten?

Vier soorten governance in het familiebedrijf

Er wordt vaak beweerd dat governance in familiebedrijven complexer is dan in niet-familiebedrijven. Dat is ongetwijfeld juist. De oorzaak hiervoor is te vinden in het feit dat een familiebedrijf bestaat uit een aantal componenten die elk een aparte soort governance vereisen.

Volgens Jozef Lievens zijn er vier soorten governance vereist :

  • ownership governance
  • business governance
  • family governance
  • wealth governance
Lees meer

Raad van bestuur of raad van advies

Veel familiale ondernemers stellen zich de vraag of ze beter met een echte raad van bestuur of met een raad van advies van start gaan. Volgens Sofie Lerut hebben beide pistes hebben zekere voordelen, maar er zijn belangrijke verschillen.

Lees meer