Fiscaal én financieel voordelig geld lenen aan uw vennootschap?

U kunt onder bepaalde voorwaarden via uw rekening-courant geld lenen aan uw vennootschap en daar interesten voor ontvangen. Fiscaal gezien is dat zelfs een zeer interessante manier om geld uit uw vennootschap te halen. Maar is het ook financieel interessant? Hoeveel interest kunt u aan uw vennootschap aanrekenen? De regering heeft nieuwe criteria ingevoerd die discussies moeten vermijden. En welk bedrag kunt u op een fiscaal interessante manier aan uw vennootschap lenen? Is dat een interessante belegging?

U schiet privégeld voor aan uw vennootschap

Het gebeurt in de praktijk vaak dat een bedrijfsleider (bestuurder of zaakvoerder) met privémiddelen aan zijn vennootschap geld voorschiet. Hij kan dat rechtstreeks met een echte lening doen, maar ook indirect: door bijvoorbeeld met privégeld facturen van zijn vennootschap te betalen of door privégoederen aan zijn vennootschap te verkopen en de verkoopprijs niet te incasseren, maar ook door een stuk van zijn loon of een toegekend dividend niet effectief op te nemen, enzovoort.

Hij houdt dat geld dan ‘tegoed’ van zijn vennootschap. In afwachting van de effectieve inning ervan wordt zijn schuldvordering op zijn rekening-courant (‘lopende rekening’) geboekt. Op het geld dat u van uw vennootschap tegoed heeft kunt u interesten vragen, aangezien het een soort lening is.

Fiscaal gezien zeer interessant

Zoals u ongetwijfeld weet is geld uit uw vennootschap halen fiscaal gezien doorgaans zeer duur. Op uw loon betaalt u immers tot 50% belastingen én u betaalt er sociale bijdragen op. Op een dividend betaalt u daarentegen ‘slechts’ 30% belastingen, maar voor uw vennootschap is dat dividend niet fiscaal aftrekbaar. Onder bepaalde voorwaarden en met het nodige geduld kan dat tarief eventueel tot 15% gereduceerd worden.

Interesten op een lening zijn fiscaal gezien veel voordeliger. U betaalt er eveneens 30% belastingen op (roerende voorheffing), maar interesten zijn - in tegenstelling tot dividenden - voor uw vennootschap in principe wél fiscaal aftrekbaar. Uw vennootschap bespaart er 29,58% vennootschapsbelasting op (tarief voor aanslagjaar 2019). De verleiding is dan ook groot om op deze manier zoveel mogelijk geld uit uw vennootschap te halen. Daarom heeft de wetgever deze mogelijkheid beperkt. Zo kunt u slechts een beperkte interestvoet aan uw vennootschap aanrekenen, en ook het bedrag waarop u interesten kunt vragen is gelimiteerd.

Rekening-couranttegoed: hoeveel interesten kunt u vragen?

De wet voorziet dat uw rekening-courant niet te groot mag zijn in verhouding tot uw balans. Zo mag uw rekening-courant aan het einde van het boekjaar niet hoger zijn dan de som van de belaste reserves bij het begin van het boekjaar en het gestort kapitaal aan het einde van het boekjaar. Indien uw rekening-courant die grens overschrijdt, worden de interesten die betrekking hebben op het gedeelte dat die grens overschrijdt, geherkwalificeerd in dividenden.

De eerste grens is duidelijk en leidt in de praktijk doorgaans niet tot problemen. Dat doet de tweede grens – die van de maximale interestvoet – echter wél. De toegepaste rentevoet moet namelijk ook ‘marktconform’ zijn. De wet definieerde tot nu toe echter niet wat een ‘marktconforme interestvoet’ precies is. Hoeveel die marktrente juist bedraagt wordt dus geval per geval beoordeeld, rekening houdend met de concrete financiële toestand van uw vennootschap en de looptijd van de lening. Daardoor ontstaat er in de praktijk bij een fiscale controle vaak discussie met de fiscus over de hoogte van de interestvoet die gehanteerd mag worden. Als bedrijfsleider wilt u immers een zo hoog mogelijke interestvoet hanteren, terwijl de fiscus het liefst een zo laag mogelijke interestvoet ziet.

U moet zelf bewijzen dat de gehanteerde interestvoet marktconform is. Om deze bij een fiscale controle te kunnen verdedigen, wordt in de praktijk doorgaans gewerkt met een offerte van de bank (of zelfs van meerdere banken) voor een gelijkaardige lening tussen onafhankelijke partijen. Een rekening-courant is namelijk vergelijkbaar met een kaskrediet. Het bedrag is flexibel (voor een kaskrediet weliswaar met een plafond dat door de bank vastgelegd wordt), en de interestvoet is afhankelijk van het concrete risico dat aan de ontlener verbonden is.

U kunt dus aan uw bankier een offerte vragen voor een kaskrediet met een limiet die ongeveer even hoog ligt als het bedrag van uw rekening-courant tegoed. Uw bankier plakt daar dan een interestvoet op die afhankelijk is van het risico dat u (uw vennootschap) als klant concreet voor de bank betekent. Interestvoeten van 5 à 8% zijn in die context niet uitzonderlijk. Met die offerte(s) kunt u dan de door u gehanteerde interestvoet tegenover de fiscus verdedigen. Het hoeft niet te verbazen dat dergelijke discussies vaak voor de rechtbank eindigen, en dat de mening van de verschillende rechters over wat een marktconforme interestvoet juist is, nogal uiteenlopend is …

Rekent u uw vennootschap een te hoge interestvoet aan, dan wordt het overdreven deel eveneens fiscaal geherkwalificeerd in dividenden. Zo’n herkwalificatie maakt voor u privé geen verschil, omdat zowel interesten als dividenden die u van uw vennootschap ontvangt in principe tegen 30% belast worden. Voor uw vennootschap is het overdreven gedeelte echter niet aftrekbaar.

Samengevat worden interesten die u als aandeelhouder, zaakvoerder of bestuurder van uw vennootschap krijgt, geherkwalificeerd in niet-aftrekbare dividenden als en in de mate waarin ten minste een van de twee vermelde grenzen overschreden wordt. Goed om te weten is ook dat het niet zal helpen om uw echtgeno(o)t(e), uw wettelijk samenwonende partner of uw minderjarige kinderen de lening te laten toestaan om aan de herkwalificatie te ontsnappen. Dit ‘achterpoortje’ heeft de wetgever immers gesloten.

Nieuwe wettelijke regels maken een einde aan de discussies!

Als gevolg van het zomerakkoord van 2017 zal u vanaf 2020 rekening moeten houden met de door de Nationale Bank van België (NBB) bekendgemaakte MFI-rentevoet voor leningen van minder dan 1.000.000 euro met variabel tarief en initiële rentebepaling tot één jaar aan niet-financiële instellingen (http://stat.nbb.be/Index.aspx?DataSetCode=MIRCCO&lang=nl, tweede lijn). Om de interestvoet die u moet hanteren te bepalen, neemt u het tarief van november van het voorgaande jaar, verhoogd met 2,5%.

Die regels zijn zoals gezegd pas vanaf 2020 verplicht van toepassing. Maar dat wil niet zeggen dat u ze nu nog niet mag gebruiken. Voor 2018 en 2019 kunt u uiteraard de interestvoet die u wilt hanteren nog altijd bepalen door bijvoorbeeld te verwijzen naar offertes van uw bank(en). Maar zoals hoger vermeld riskeert u dan discussies bij een fiscale controle. Daarom zou u de nieuwe regels ook als ‘richtinggevend’ kunnen beschouwen en nu al de interestvoet die u hanteert, daarop baseren. Voor 2018 bedraagt de marktconforme interestvoet dan 4,14% (de MFI-interestvoet voor november 2017 is 1,64%). De fiscus heeft via de rulingcommissie overigens al aangegeven deze manier van werken te zullen aanvaarden (Voorafgaande Beslissing nr. 2017.754 van 20.03.2018).

Interessant om te weten is wel dat de fiscus de toekomstige regels niet mag toepassen om te zeggen dat de interestvoet die bijvoorbeeld op basis van een offerte van uw bank voor 2017, 2018 of 2019 gebruikt heeft, niet marktconform is.

Een goede belegging?

Dat interest vragen op uw rekening-courant tegoed fiscaal gezien interessant is, is duidelijk. Maar ook louter financieel gezien kan het interessant zijn om voor het fiscaal toegelaten bedrag privégeld ter beschikking van uw vennootschap te stellen. Uw bruto rendement bedraagt zoals gezegd 4,14%, waar u na aftrek van 30% roerende voorheffing netto 2,90% van overhoudt. Als het om uw eigen, zeer solvabele, vennootschap gaat is uw risico dus verwaarloosbaar: geen slechte belegging in vergelijking met andere ‘relatief veilige’ en vastrentende beleggingen, zoals bijvoorbeeld een spaarboekje of een individuele obligatie. Bovendien moet u ook nog rekening houden met de belastingbesparing (29,58% voor het aanslagjaar 2019) die uw vennootschap realiseert doordat de betaalde interesten bij haar fiscaal aftrekbaar zijn.