Hoe moet ik als eigenaar van het familiebedrijf de financiële situatie inschatten?

Enkele maanden geleden vond de zevende editie plaats van onze succesopleiding 'Bestuurder in het familiebedrijf'. Eén van de sessies was zoals steeds volledig gewijd aan de evaluatie en inschatting van de financiële positie en situatie van het familiebedrijf door de familiale bestuurders/eigenaars.

Uit die sessie bleek eens te meer dat het correct en accuraat kunnen lezen en interpreteren van de financiële kerncijfers van het bedrijf, om deze dan te gaan gebruiken voor doordachte en gerichte bedrijfsbeslissingen en strategische investeringen, een thema is waar onze Vlaamse eigenaars/bestuurders van familiebedrijven echt wel heel sterk in geïnteresseerd zijn. In de praktijk hebben ze er echter dikwijls weinig of onvoldoende voeling mee om de nuances van een aantal zaken goed te kunnen snappen, alsook welke de consequenties van bepaalde financiële parameters zijn naar deze beslissingen toe.

Een van de elementen waar we redelijk wat tijd aan besteed hebben is het concept van het werkkapitaal. En terecht, want het werkkapitaal is een zeer belangrijk en relevant gegeven vanuit het oogpunt van het dagelijks beheer van het familiebedrijf.

Wat is dat nu precies, dat werkkapitaal? Een mythe die zeker moet doorprikt worden, is dat dit werkkapitaal iets te maken zou hebben met het maatschappelijk kapitaal of het vermogen van het familiebedrijf.

Integendeel, het werkkapitaal is het 'kapitaal' dat op courante basis beschikbaar is voor het bedrijf om 'mee te werken'. Dat betekent: de bestanddelen die in het bedrijf aanwezig zijn en die niet moeten dienen voor de financiering van activa, en investeringen die voor de lange termijn aanwezig zijn in het bedrijf en waar geen directe relatie voor kan gelegd worden met de dagelijkse activiteiten. Met andere woorden, het 'werkkapitaal' is de som van de courante of vlottende activa verminderd met de verplichtingen van het bedrijf op korte termijn.

Dat betekent dus dat we de activabestanddelen die binnen het boekjaar in 'cash' moeten kunnen worden omgezet gaan optellen en daar trekken we de schulden af die het bedrijf binnen het lopende boekjaar moet kunnen voldoen. Mathematisch is dit dan de som van de voorraden, de handelsvorderingen op korte termijn en de in de onderneming aanwezige liquiditeiten verminderd met de korte termijn financiële schulden zoals kaskredieten en kortlopende financieringsmiddelen die aan de onderneming door diverse geldschieters ter beschikking worden gesteld, de handelsschulden, de personeelsschulden en de schulden inzake sociale zekerheid, belastingen en gelijkgestelde.

De basisregel stelt dat de uitkomst van die berekening idealiter positief is. Dus dat er meer activa zijn die op korte termijn in liquiditeiten kunnen worden omgezet dan dat er liquiditeiten de onderneming gaan verlaten door het betalen van al de verplichtingen op korte termijn. Maar veel belangrijker dan gewoonweg deze mathematische berekening te maken is te kijken naar de kwaliteit van de samenstellende bestanddelen.

Een van de meest cruciale elementen hierin zijn de voorraden. Deze zijn door hun aard dikwijls het minst liquide element van de activa op korte termijn en kunnen niet steeds zeer snel worden omgezet in geld. Ook de handelsvorderingen verdienen in dat opzicht de nodige aandacht. Vorderingen op klanten in Zuid-Europa waar betalingstermijnen van 180 dagen en meer de regel zijn in plaats van de uitzondering, alsook moeilijk inbare vorderingen zullen het liquide karakter ervan sterk gaan beïnvloeden.

Het verdient dus absolute aanbeveling dat de familiale bestuurder/eigenaar een grondige analyse maakt van de kwaliteit van de bestanddelen van het werkkapitaal alvorens op beide oren te rusten en ervan uit te gaan dat het familiebedrijf er goed voor staat!

 

Patrick De Schutter
Bedrijfsrevisor-Vennoot KPMG Bedrijfsrevisoren
Co-Gedelegeerd-Bestuurder Instituut voor het Familiebedrijf