Hoeveel interesten op uw rekening-couranttegoed kunt u nu nog aan uw vennootschap vragen?

Heeft u bijvoorbeeld met privégeld een factuur van uw vennootschap betaald of heeft u een dividend nog niet effectief opgenomen? Dan wordt dat bedrag op uw rekening-courant geboekt als een ‘tegoed’ dat u op uw vennootschap heeft. In afwachting van de effectieve betaling ervan, kunt u aan uw vennootschap een interestvergoeding op dat bedrag vragen. Aangezien u daarop tegen 30% (roerende voorheffing) belast wordt en die betaalde interest voor uw vennootschap in principe fiscaal aftrekbaar is, is dit een fiscaal gezien vrij interessante manier om geld vanuit uw vennootschap naar uw privévermogen te transfereren. Daarom wordt die mogelijkheid door de wetgever beperkt door de ‘teveel’ betaalde interest als een fiscaal minder interessant dividend te belasten. De regels die daarop van toepassing zijn, zijn sinds 1 januari 2020 gewijzigd. Welke gevolgen hebben deze wijzigingen voor u, en hoe gaat u daar het beste mee om?

Fiscaal interessante interesten

Stel: u heeft zich de voorbije jaren regelmatig een dividend laten toekennen door uw vennootschap, maar u heeft haar dat geld niet effectief laten uitbetalen, omdat ze het op dat ogenblik beter voor andere zaken kon gebruiken. Op die manier heeft u 100.000 euro tegoed van uw vennootschap. Dat bedrag staat op uw rekening-courant geboekt. Uw vennootschap betaalt u daarvoor 8% interest of 8.000 euro per jaar. Voor haar is dat bedrag een fiscaal aftrekbare kost. Ze moet daar ook 30% roerende voorheffing op inhouden (2.400 euro), zodat u netto 5.600 euro overhoudt.

Dat is een pak meer dan wanneer u bijvoorbeeld 8.000 euro extra loon zou opnemen. Daarvan houdt u netto - na aftrek van afgerond 60% belastingen en sociale bijdragen - immers maar 3.200 euro over. Van een dividend van 8.000 euro houdt u netto in principe ook 5.600 euro over (de roerende voorheffing bedraagt ook voor dividenden immers 30%), of zelfs iets meer indien een of ander gunstregime van toepassing zou zijn (uitkering van een liquidatiereserve na de wachttermijn, vvpr-bis dividenden, enzovoort), maar voor uw vennootschap is een dividend niet fiscaal aftrekbaar.

Herkwalificatie van interesten in dividenden

Aangezien een dergelijke interest fiscaal zo interessant is, is de verleiding natuurlijk groot om uw vennootschap zoveel mogelijk interesten aan u te laten betalen. De fiscus ziet dat uiteraard niet graag gebeuren. Daarom heeft de wetgever deze mogelijkheid beperkt door het bedrag aan interesten dat uw vennootschap aan u mag betalen te begrenzen. Betaalt ze méér dan wat die grens toelaat, dan ‘herkwalificeert’ de fiscus het ‘teveel’ in fiscaal minder aantrekkelijke dividenden.

Tot nu toe gold die herkwalificatie enkel voor interesten op ‘voorschotten’ (art. 18, lid 1, 4° WIB 92). Voorschotten zijn geldleningen (behalve obligaties en andere gelijksoortige effecten uitgegeven door een openbaar beroep op het spaarwezen) die aan een vennootschap toegestaan zijn door haar aandeelhouders, bestuurders of zaakvoerders of hun gezinsleden. De gezinsleden zijn de echtgenoot of wettelijk samenwonende partner, en de minderjarige kinderen.

Niet elk rekening-courant tegoed is echter een ‘geldlening’ (voorschot). Zo’n tegoed kan immers ook voortkomen uit bijvoorbeeld een uitstel van betaling van de prijs voor cliënteel van de eenmanszaak dat bij de oprichting van de vennootschap aan haar overgedragen wordt. Interesten op een dergelijk tegoed dat geen geldlening is (Cass., 20.05.2010), ook niet ‘verdoken’ (Cass., 15.10.2015), zijn geen ‘interesten op een voorschot’, en worden dus niet geherkwalificeerd.

Het kwam er tot nu toe dan ook op aan om tegenover de fiscus te verdedigen dat uw rekening-couranttegoed geen ‘geldlening’ was, maar wel bijvoorbeeld een uitstel van betaling van een prijs, dividend, huurgelden voor een pand dat u aan uw vennootschap verhuurt.

Wanneer worden interesten in dividenden geherkwalificeerd?

Interesten op een voorschot moeten in dividenden geherkwalificeerd worden in de mate dat ofwel het bedrag van het voorschot te groot is, ofwel de interestvoet te hoog is, ofwel beide grenzen samen overschreden zijn.

Een voorschot is ‘overdreven’ als het hoger is dan de som van de belaste reserves aan het begin van het boekjaar en het gestort kapitaal aan het einde daarvan. Het bedrag van het gestort kapitaal is dus de minimumgrens.

Let op: ten gevolge van de recente hervorming van het vennootschapsrecht is er in een BV (de vroegere bvba) vennootschapsrechtelijk geen sprake meer van kapitaal (art. 5:1 WVV), maar fiscaal wél! Het fiscaal gestort kapitaal van een BV (of een VOF of een CommV) is haar eigen vermogen, voor zover dit gevormd wordt door werkelijk gestorte inbrengen in geld of in natura, en voor zover er geen vermindering of terugbetaling van dat kapitaal geweest is (art. 2, §1, 6° en art. 184 WIB 92).

De interestvoet is ‘overdreven’ wanneer deze hoger is dan de marktrente. Hoeveel de marktrente bedraagt moet geval per geval bepaald worden, rekening houdend met onder andere de financiële toestand van de vennootschap (risico) en de looptijd van de lening (art. 55 WIB 92). Om de interestvoet te onderbouwen werd tot nu toe vaak aan de bank(en) een offerte gevraagd voor een lening van een gelijkaardig bedrag voor onbepaalde duur. Vaak werd gemakshalve met de rentevoeten voor een kaskrediet gewerkt, omdat dit het meeste lijkt op een rekening-couranttegoed (dat wil zeggen, een bepaald bedrag zonder vaste terugbetalingstermijn).

Dat leidde echter tot veel discussies. Waar de fiscus liefst een zo laag mogelijke marktrente hanteerde, zwaaide de bedrijfsleider bij voorkeur met een zo hoog mogelijke offerte van de bank (waarbij niet zelden van enige ‘bankshopping’ gebruik gemaakt werd).

Er waren met andere woorden twee discussiepunten: 1) gaat het om een ‘voorschot’ en 2) is de gehanteerde interestvoet conform de marktrente? Aangezien het in de praktijk vaak om niet geringe bedragen gaat, kwamen tal van discussies uiteindelijk voor de rechtbank terecht. Nieuwe regels moeten daar nu een einde aan maken.

Let op: de roerende voorheffing op een dividend dat een geherkwalificeerde interest is, bedraagt altijd 30%! Dat verandert alvast niet. Gunsttarieven (zoals bij een liquidatiereserve of een vvpr-bis dividend) zijn in dit geval dus niet mogelijk.

Wat is er veranderd?

Sinds 1 januari 2020 gelden er voor interesten die betrekking hebben op periodes na 31 december 2019 nieuwe regels.

Ten eerste wordt voortaan elke vordering op een vennootschap van aandeelhouders, zaakvoerders/bestuurders of hun gezinsleden, als een ‘voorschot’ beschouwd. Het zijn dus niet enkel meer ‘geldleningen’ die tot herkwalificatie aanleiding kunnen geven, maar ALLE tegoeden op een vennootschap (behalve echte termijnleningen, zie verder). De interesten op uw rekening-couranttegoed moeten met andere woorden altijd geherkwalificeerd worden in de mate dat een van de twee herkwalificatiegrenzen overschreden is, ongeacht de aard van dat tegoed.

Ten tweede wordt voor interesten van ‘niet-hypothecaire leningen zonder welbepaalde looptijd’ (ook rekening-couranttegoeden dus) de ‘marktrente’ op een andere manier gedefinieerd.

Voortaan is de marktrente gelijk aan de zogenaamde MFI-interestvoet van de maand november van het vorige kalenderjaar, verhoogd met 2,5%. De MFI-interestvoet is de rentevoet die de Belgische monetaire financiële instellingen (MFI) aan niet-financiële instellingen (vennootschappen) aanrekenen voor leningen tot 1.000.000 euro met een variabel tarief, en met een initiële rentebepaling tot een jaar. Voor 2020 is dat dus de MFI-interestvoet van november 2019. Deze bedraagt 1,56%.

U vindt de MFI-interestvoeten op de website van de Nationale Bank van België.

Selecteer bovenaan ‘Niet-financiële instellingen’ en ‘Rentetarieven op nieuwe contracten’, en kijk naar ‘Leningen (andere dan rekening-courantkredieten)’ - ‘Tot 1 miljoen EUR’ - ‘Variabel tarief en initiële rentevaste periode tot 1 jaar’ – ‘2019M11’.

Aangezien de marktrente voor uw rekening-couranttegoed in 2020 gelijk is aan de MFI-interestvoet van november 2019 plus 2,5%, bedraagt de toepasselijke marktrente 4,06%. Interesten op uw rekening-couranttegoed zullen voor 2020 dus in dividenden geherkwalificeerd worden als ze berekend worden tegen een interestvoet van meer dan 4,06%.

Voorbeeld: uw rekening-couranttegoed bedraagt 100.000 euro, het gestort kapitaal van uw vennootschap bedraagt 18.550 euro en de belaste reserves aan het begin van het boekjaar bedragen 90.000 euro. U ontvangt 8% (of 8.000 euro bruto) interest. Het maximale bedrag van uw rekening-couranttegoed waarop interesten betaald mogen worden bedraagt 108.550 euro (18.550 + 90.000 euro). Het bedrag van uw rekening-courant is dus niet te hoog. De interestvoet bedraagt echter 8%, waar hij slechts 4,06% mag bedragen. U mocht met andere woorden slechts 4.060 euro aan interesten ontvangen, maar u heeft er 8.000 ontvangen. 3.940 euro zal dus als een dividend beschouwd worden.

Hoe kunt u herkwalificatie vermijden?

De nieuwe regels zullen ertoe leiden dat interesten voortaan vaak sneller en/of in grotere mate in dividenden geherkwalificeerd moeten worden dan voorheen. Hoeveel u dat concreet zal kosten valt natuurlijk af te wachten. Laat dit dus eerst uitrekenen vooraleer u besluit om te proberen de herkwalificatie te vermijden, zodat u weet of dat wel (voldoende) zinvol is. De ‘kostprijs’ zal immers afhangen van het bedrag van uw rekening-couranttegoed en van het kapitaal en de belaste reserves, de toegepaste interestvoet en het belastingtarief waaraan uw vennootschap onderworpen is.

Uw rekening-couranttegoed is te groot

Is uw rekening-couranttegoed groter dan toegelaten? Dan kunt u in de eerste plaats het ‘overdreven’ stuk gewoon door uw vennootschap aan u laten terugbetalen. Dat is veruit de eenvoudigste oplossing, op voorwaarde dat uw vennootschap over de nodige financiële middelen beschikt. Is dat niet het geval, dan kunt u de herkwalificatie op een aantal andere manieren proberen te vermijden, al hebben deze ook een aantal nadelen.

Om te beginnen kunt u uw rekening-couranttegoed opsplitsen in een stuk waarop interest betaald wordt, en een stuk waarop geen interest betaald wordt. U splitst met andere woorden het ‘overdreven’ gedeelte af en maakt het renteloos. Als een vennootschap gelijktijdig rentegevende en renteloze voorschotten heeft, dan tellen de renteloze vorderingen immers in principe niet mee om de herkwalificatiegrens te berekenen. Beide soorten voorschotten moeten wel op twee verschillende rekeningen geboekt worden, en voor beide moet een afzonderlijke leningsovereenkomst bestaan (Comm. IB 18/55).

Een mogelijk probleem hierbij is wel dat de fiscus een dergelijke splitsing eventueel als ‘fiscaal misbruik’ zou kunnen beschouwen. Hij zal er dan geen rekening mee moeten houden. U kunt dit vermijden door ervoor te zorgen dat u ook een valabele niet-fiscale reden voor de opsplitsing kunt voorleggen. De fiscus kan de antimisbruikbepaling (art. 344, §1 WIB 92) dan niet toepassen. Een valabele niet-fiscale reden vinden is evenwel niet altijd evident. Bekijk dus op voorhand samen met uw adviseur in welke mate dit realiseerbaar is. Op dit moment zullen veel bedrijven ingevolge de coronacrisis mogelijk met een cashflowprobleem kampen. Dat zou een goed argument kunnen zijn om de interestlast te verlagen. Alles zal evenwel afhangen van de concrete situatie waarin uw vennootschap zich bevindt.

Een tweede mogelijke oplossing voor het herkwalificatieprobleem ingevolge een te hoog rekening-couranttegoed is dat u de helft van het ‘overdreven’ stuk als bijkomend kapitaal inbrengt in het vermogen van uw BV, VOF of CommV, of in het kapitaal van uw NV. De herkwalificatiegrens verschuift daardoor immers: het bedrag van uw rekening-courant tegoed daalt terwijl het kapitaal stijgt. Er wordt gekeken naar de som van de belaste reserves aan het begin van het boekjaar en het gestort kapitaal aan het einde daarvan (zie hoger).

Het grootste nadeel van deze oplossing is echter dat de dividenden op de aandelen die in ruil voor deze inbreng van bijkomend kapitaal uitgegeven worden, niet in aanmerking komen voor de verlaagde roerende voorheffing van 15% (de VVPR-bis-regeling). Het gaat immers niet om een ‘inbreng in geld’ maar om een ‘inbreng in natura’ (van uw rekening-couranttegoed, dat een vordering op uw vennootschap is en geen som geld). Een bijkomend nadeel is dat bij een latere kapitaalvermindering in principe een deel van de terugbetaling van het kapitaal op de reserves aangerekend moet worden, waarop u 30% roerende voorheffing zal moeten betalen. Uw rekening-couranttegoed kunt u daarentegen wel nog altijd volledig belastingvrij laten terugbetalen. Ook deze oplossing is dus niet ideaal. Het voordeel dat uw vennootschap heeft doordat ze dankzij een kapitaalverhoging iets meer notionele interestaftrek krijgt, is doorgaans te beperkt om tegen de nadelen op te wegen.

Een derde mogelijke oplossing voor een te hoog rekening-courant tegoed is dat u het ‘overdreven’ stuk omzet in een lijfrente. Uw vennootschap betaalt u dan in ruil voor de afstand van een deel van uw vordering levenslang een bepaalde rente. U wordt dan slechts tegen 30% belast op een fictieve interest van 3% van het omgezette bedrag (art. 20 WIB 92), terwijl voor uw vennootschap de werkelijk betaalde interest aftrekbaar is. Er moet in dit geval geen herkwalificatie gebeuren. Werk wel met een normale interestvoet en een realistische levensverwachting, want anders zou de fiscus u eventueel kunnen belasten op een voordeel van alle aard ter waarde van het teveel betaalde bedrag. Een lijfrente heeft echter ook nadelen. U weet niet van tevoren hoeveel u uiteindelijk zal krijgen en ze gaat – in tegenstelling tot een rekening-couranttegoed – ook niet over op uw erfgenamen.

De toegepaste interestvoet is te hoog

Als de interestvoet te hoog is, kunt u hem in de eerste plaats gewoon verlagen. Dat is veruit de eenvoudigste oplossing.

U kunt echter ook de toegepaste (‘overdreven’) interestvoet behouden, en de herkwalificatie proberen te vermijden door het rekening-couranttegoed om te zetten in een echte termijnlening. U maakt dan met uw vennootschap een echt leningscontract op, waarin bepaald wordt wanneer uw vennootschap het rekening-couranttegoed effectief zal terugbetalen, hoe de aflossing zal gebeuren en tegen welke interestvoet ze dat geld kan (blijven) gebruiken. Voor leningen met een welbepaalde looptijd blijft de oude definitie van de marktrente immers gelden. De interestvoet die daarbij toegepast wordt kan en mag dus nog altijd hoger zijn dan 4,06% (voor 2020).

Dit heeft uiteraard alleen maar zin als u op de termijnlening een verdedigbare interestvoet kunt toepassen die hoger is dan de marktrente voor een rekening-couranttegoed (dus voor 2020 meer dan 4,06%). U moet daarbij kunnen aantonen dat dit de interestvoet is die u zou betalen voor een soortgelijke termijnlening bij de bank. Daarvoor verzamelt u het best een aantal offertes bij de bank(en) waarbij u klant bent. U vraagt welke interestvoet ze u kunnen aanbieden voor een gelijkaardige, niet-hypothecaire lening ter grootte van het bedrag van uw rekening-couranttegoed, terugbetaalbaar op de gewenste termijn en met de gewenste modaliteiten. Uw bankier zal daarbij rekening houden met het concrete risico, de termijn, het bedrag, enzovoort. Het best heeft u voor de omzetting in een termijnlening ook een niet-fiscale reden; kwestie van een eventuele aanval van de fiscus met de antimisbruikbepaling te kunnen afweren.

Conclusie

  • Sinds 1 januari 2020 kunnen ook interesten op een rekening-couranttegoed dat geen (verdoken) geldlening is, in dividenden geherkwalificeerd worden als en in de mate dat het tegoed of de interestvoet te hoog is.
  • Voor deze interesten wordt de marktrente niet meer geval per geval bepaald, maar bedraagt ze op basis van een nieuwe berekeningswijze voor iedereen ongeveer 4%. Enkel voor een echte lening met een vaste aflossingstermijn kan de interestvoet nog op een individuele manier vastgelegd worden.
  • Is het bedrag van uw rekening-courant tegoed te hoog, dan kunt u de herkwalificatie van een deel van de interesten in dividenden proberen te vermijden door het ‘overdreven’ stuk van uw rekening-courant tegoed renteloos te maken, in een lijfrente om te zetten of de helft ervan in kapitaal om te zetten.
  • Is de interestvoet te hoog, dan kunt u de herkwalificatie van een deel van de interesten in dividenden proberen te vermijden door het rekening-courant tegoed in een lening met een vaste aflossingstermijn om te zetten.