Nieuw huwelijksvermogensrecht: wat met inkomsten via een vennootschap?

Het nieuwe huwelijksvermogensrecht poneert het nieuwe principe van neutraliteit van de beroepsuitoefening via een vennootschap binnen het wettelijk stelsel.

In het wettelijk stelsel behoren de beroepsinkomsten tot het gemeenschappelijk vermogen. Wanneer een beroepsactiviteit wordt uitgeoefend via een vennootschap, gebeurt het echter vaak dat besloten wordt om slechts een klein loon uit te betalen en de overige winsten op te potten in de vennootschap. Dergelijke situatie heeft tot gevolg dat wanneer de aandelen eigen zijn, de waarde van het eigen vermogen aanzienlijk kan groeien ten koste van de gemeenschap. De nieuwe wet tracht tegemoet te komen aan dergelijke situatie.

We illustreren met een voorbeeld:

De heer en mevrouw Janssens zijn getrouwd onder het wettelijk stelsel. Hun inkomsten behoren aldus tot het gemeenschappelijk vermogen. De heer Janssens heeft een vennootschap waarvan de aandelen tot zijn eigen vermogen behoren (hij verkreeg deze immers voor het huwelijk). Hoewel de vennootschap aanzienlijke winsten genereert, keert de heer Janssens zich maandelijks slechts een heel laag loon uit. Dit loon komt toe aan de gemeenschap. Mevrouw Janssens werkt als bediende. Haar loon wordt rechtstreeks gestort op de gemeenschappelijke rekening.

Na een aantal jaar besluiten de heer en mevrouw Janssens om uit het echt te scheiden. Bij de vereffening en verdeling van het huwelijksvermogensstelsel wordt het gemeenschappelijk stelsel in twee gelijke delen verdeeld. Doordat de heer Janssens zijn beroepsactiviteit onderbracht in een vennootschap en zichzelf maar een heel beperkt loon uitkeerde, kon hij een belangrijk deel van zijn beroepsinkomsten aan de gemeenschap (en dus aan de andere echtgenoot) onttrekken.

Door een wijziging ingevoerd met het nieuwe huwelijksvermogensrecht zal de echtgenoot actief via zijn vennootschap in bovenvermeld geval aan de gemeenschap een vergoeding verschuldigd zijn voor hetgeen de gemeenschap ‘redelijkerwijze’ had kunnen ontvangen indien het beroep niet via een vennootschap werd uitgeoefend. Met andere woorden zal een vergoeding verschuldigd zijn voor niet geïnde inkomsten. De omvang van deze vergoeding zal in principe gelijk zijn aan het verschil tussen het uitgekeerde loon en de situatie waar de beroepsactiviteit in een ander kader, als zelfstandige of in een vennootschap waarin de echtgenoot geen eigen aandelen had, was uitgeoefend. Vraag stelt zich hoe deze vergelijking in praktijk zal gebeuren.

Deze nieuwe regeling is van toepassing voor al wie vanaf 1 september 2018 huwt. Voor wie op deze datum reeds gehuwd is, geldt de nieuwe regeling enkel voor de periode vanaf 1 september 2018. Voor de inkomsten opgepot voor deze datum, zal de nieuwe vergoedingsregeling aldus niet van toepassing zijn.

Melany Vanbiervliet

Tax manager Estate Planning Practice KPMG