Ook de bestuurder van de Nederlandse STAK is geen zonnekoning

Veel ondernemende families doen beroep op de figuur van de Nederlandse Stichting Administratiekantoor (STAK) om het eigenaarschap van het familiebedrijf te structureren. Op 1 juli 2021 trad in Nederland de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen in werking. Deze wet verruimt onder meer de mogelijkheden tot ontslag van een bestuurder in een Stichting Administratiekantoor.

De figuur van de STAK wordt vaak de “Rolls-Royce” onder de controlevehikels genoemd. Het grote voordeel ervan is dat zij een afdoend antwoord biedt voor vrijwel alle uitdagingen die rijzen bij de structurering van het eigenaarschap.

Enerzijds laat het Nederlands recht een zeer grote vrijheid bij de constructie van de stichting, onder meer op het vlak van bestuur, inspraak van de certificaathouders en overdraagbaarheid van de certificaten. Anderzijds maakt de STAK een splitsing tussen zeggenschap en economisch-financiële eigendom mogelijk: de eigenaars ontvangen certificaten die hen recht geven op financiële opbrengsten, maar de macht ligt bij het bestuur van de stichting.

Sedert het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen laat de Belgische wet ook veel meer ruimte voor creativiteit, zodat het ook via Belgische vennootschapsrecht in grote mate mogelijk wordt deze doelstellingen te bereiken. Toch zijn wij van mening dat de Nederlandse STAK een zekere voorsprong behoudt, om redenen die in eerdere bijdragen al aan bod zijn gekomen.

Op het vlak van het ontslag van de bestuurders van een STAK dient wel gewezen op een recente Nederlandse wetswijziging.

De statuten van een STAK kunnen voorzien in de onafzetbaarheid van de bestuurders (al dan niet beperkt in de tijd). Onder de vroegere wetgeving was al voorzien dat de rechtbank – op verzoek van het Openbaar Ministerie of van een belanghebbende – een bestuurder kon ontslaan op grond van beperkt omschreven (en door de rechtspraak beperkend geïnterpreteerde) rechtsgronden.

De praktijk wees uit dat dit niet altijd voldoende was om oplossingen te bieden ingeval van problemen rond het bestuur van een STAK. De Nederlandse wetgever heeft daarom de gronden, op basis waarvan de rechtbank een bestuurder kan ontslaan, verruimd. De nieuwe ontslaggronden zijn: 1) verwaarlozing van zijn/haar taak, 2) andere gewichtige redenen, 3) ingrijpende wijziging van omstandigheden waardoor het in functie blijven in redelijkheid niet langer kan worden geduld, 4) het niet of niet behoorlijk voldoen aan bepaalde rechterlijke bevelen.

Daarnaast werd het wetsartikel dat de taken en bevoegdheden van het bestuur van de stichting regelt uitgebreid met een norm qua taakvervulling. Er wordt nu expliciet bij wet bepaald dat bestuurders zich bij de vervulling van hun taak dienen te richten naar het belang van de stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie. Ten slotte werd ook een regeling omtrent belangenconflicten ingevoerd voor het bestuur van de STAK.

Deze wijzigingen geven een duidelijke richting aan: het bestuur van de STAK kan zeer sterk in het zadel gezet worden, maar ook dan heeft het geen vrijgeleide om die bevoegdheden louter in eigen belang uit te oefenen. Het is een evolutie die in lijn ligt van de destijds opgemerkte Belgische rechtspraak omtrent de zaakvoerder van de maatschap[1].

Voor de ondernemende familie achter het familiebedrijf dat via de STAK gecontroleerd wordt, biedt dit alles o.i. een bijkomende zekerheid aangaande de wijze waarop het bestuur zijn taken waarneemt.

Sofie Lerut
Partner Roots Advocaten

[1] Zie https://familiebedrijf.be/blog/de-zaakvoerder-van-een-maatschap-kan-aan-de-kant-worden-gezet.