Welk dividendbeleid voor familiebedrijven?

Gastblog ING
28.11.2013
Eigendom

Familiebedrijven hebben een aantal bijzondere kenmerken, met bijvoorbeeld een meer geconcentreerd aandeelhouderschap. In deze blog vragen we ons af of hun dividendbeleid zich onderscheidt van ondernemingen met een versnipperd aandeelhouderschap.

Op het eerste gezicht lijkt de vraag niet erg relevant. Familiebedrijven zijn in de eerste plaats ondernemingen zoals alle andere, dus is er in principe eigenlijk geen reden voor een ander dividendbeleid. Toch lijken zowel de theorie als de feiten aan te tonen dat familiale ondernemingen zich anders gedragen op dat vlak.

Dividendbeleid als onderdeel van de waardebepaling

Het management van een onderneming tracht in de praktijk de dividenden in de tijd af te vlakken, en dus stabiel te houden. De markten lijken op hun beurt alert te reageren: recente voorbeelden van bedrijven die een lager of net hoger dan verwacht dividend aankondigden, tonen aan dat het verrassingseffect daarvan wel degelijk een impact heeft op de beurskoers.

Blijkbaar kan het dividendbeleid in de praktijk dus een rol spelen in de waardebepaling van de onderneming door de markt. Dit is essentieel, want dit betekent dat een onderneming die te maken krijgt met een waardering (of bestraffing) door de markt deze niet kan negeren in de uitstippeling van haar dividendbeleid.

Afvlakken om beter te heersen

Concreet zal een onderneming die ‘geconfronteerd’ wordt met de markt de neiging hebben om haar dividend in de tijd af te vlakken. De afvlakking van het dividend moet in de eerste plaats

worden opgevat als een middel om de versnipperde aandeelhouders te laten weten dat alles onder controle is en dat de onderneming haar doelstellingen verwezenlijkt zoals verwacht.

Een familiebedrijf dat volledig in handen is van en bestuurd wordt door een familiaal aandeelhouderschap kan totaal anders reageren, omdat het niet dezelfde zorgen heeft. Er is geen waardering door de markt, dus is het niet nodig om het dividend af te vlakken. De toegang tot externe financiering is bovendien vaak beperkter, waardoor een familiebedrijf minder geneigd is om zijn dividend af te vlakken ter bescherming van zijn autofinancieringsvermogen.

Maar de confrontatie met de markt of de toegang tot externe financiering is niet de enige reden om het dividend af te vlakken. Er kunnen ook fiscale redenen meespelen, en dan kunnen ook familiebedrijven ernaar teruggrijpen.

Genuanceerde werkelijkheid

Natuurlijk zijn er niet alleen maar strikt familiale bedrijven enerzijds en ondernemingen met een volledig gefragmenteerd aandeelhouderschap anderzijds. In de praktijk zijn vele familiebedrijven,

en zeker de grootste daarvan, in handen van zowel familiale aandeelhouders als andere grote aandeelhoudersblokken, of zelfs een versnipperd aandeelhouderschap. Het dividendbeleid zal dan toch anders verlopen.

Naarmate de familiale onderneming zich ‘openstelt’ voor de markt, stelt ze zich dus ook bloot aan een

waardering of eventuele sanctie door de markt. Zelfs als familiale eigenaars leidinggevende functies in de onderneming bekleden, dan nog zal het bedrijf in dat geval het dividend trachten af te vlakken, net zoals een onderneming met een versnipperd aandeelhouderschap dat doet.

Samengevat kunnen we stellen dat het dividendbeleid van elke onderneming tussen twee polen balanceert: enerzijds het zuivere familiebedrijf, dat het dividend laat evolueren volgens de resultaten van de onderneming, en anderzijds de onderneming met een gefragmenteerd aandeelhouderschap, die haar dividend zo goed mogelijk afvlakt. Afhankelijk van de structuur van haar aandeelhouderschap neigt het dividendbeleid van de onderneming in meerdere of mindere mate naar één van deze twee polen.

(Philippe Ledent, senior economist ING)