Schenkings- en successierechten familiebedrijven: nieuwe Vlaamse regelgeving

De inning van de schenkings- en successierechten was tot eind vorig jaar een bevoegdheid van de federale overheid. Sinds 1 januari 2015 is het de Vlaamse Belastingdienst die instaat voor de inning van deze rechten. We zetten de belangrijkste punten nog even op een rijtje. 

Sinds 1 januari 2012 kan een Vlaamse ondernemer de aandelen in zijn familiebedrijf overdragen aan de volgende generatie tegen een tarief van 0% (in geval van schenking ) of van 3% (in geval van vererving). Om van deze gunstregeling te kunnen genieten moet aan volgende voorwaarden worden voldaan:

  • Participatievoorwaarde: de schenker/erflater moet, al dan niet samen met zijn familie een participatie van tenminste 50% in het familiebedrijf aanhouden. Een participatie van 30% volstaat indien hij samen met één andere aandeelhouder (en zijn familie) tenminste 70% van de aandelen heeft of samen met twee andere aandeelhouders (en hun familie) tenminste 90%.

  • Activiteitsvoorwaarde: Het moet gaan om een participatie in een operationele vennootschap of om een participatie in een niet-operationele vennootschap die zelf een participatie van tenminste 30% aanhoudt in een operationele vennootschap.
  • Continuïteitsvoorwaarde: In de periode van drie jaar na de schenking of het overlijden moet aan meerdere voorwaarden worden voldaan. Het gaat ondermeer om het ononderbroken verderzetten van de economische activiteit van de vennootschap.
  • Attest: Voorafgaand aan de schenking of aangifte moet een attest worden aangevraagd bij de Vlaamse Belastingdienst, waarin de dienst bevestigt dat de voorwaarden zijn voldaan. Dit attest moet bij de schenkingsakte of de aangifte worden gevoegd.

Vlaamse bevoegdheid, gewijzigde regels

Sinds begin dit jaar is het innen van deze rechten een Vlaamse bevoegdheid, als gevolg van de zesde staatshervorming. Bij die gelegenheid werd de gunstregeling geïncorporeerd in de Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF). Daarbij werd ook de terminologie aangepast: schenkingsrechten zijn voortaan “schenkbelastingen” en successierechten worden “erfbelastingen” genoemd.

Maar dit is niet alles. Op wat we een eerder sluikse wijze zouden noemen, werden ook enkele inhoudelijke wijzigingen aangebracht aan voormelde regeling:

  • Omtrent de participatievoorwaarde: Ook de kinderen van broers en zussen van de schenker/erflater worden nu aanzien als familie. Voorheen was dit enkel het geval voor de kinderen van vooroverleden broers en zussen. Dit gaf aanleiding tot eigenaardige situaties onder de vorige regeling.

    Ik illustreer dat even met een voorbeeld: Koen en Pol zijn twee broers. Koen heeft 50% van de aandelen en Pol heeft 25% van de aandelen in het familiebedrijf. De overige 25% behoort toe aan een derde. Koen wil zijn aandelen schenken aan zijn kinderen. Hij kan dit doen met vrijstelling van schenkingsrechten gezien hij, samen met zijn familie (zijnde zijn broer) tenminste 50% van de aandelen aanhoudt. Als zijn broer Pol twee jaar later eveneens zijn aandelen wil schenken aan zijn kinderen kan hij niet genieten van het 0%-tarief. Want door de eerdere schenking van Koen, tellen de aandelen van de kinderen van Koen niet mee voor de participatievoorwaarde. Dit is enkel het geval indien Koen ondertussen overleden zou zijn.

Onder de vorige regeling was Pol dus de pineut omdat Koen zijn successieplanning eerder had geregeld. In de nieuwe Vlaamse regeling  is hieraan tegemoet gekomen: nu worden de aandelen van de kinderen van Koen ook meegeteld om tot de drempel van 50% te komen.

In de Vlaamse Codes Fiscaliteit wordt ook verduidelijkt dat een (onrechtstreekse) participatie van een familielid via een eigen vennootschap niet wordt meegeteld. De termen “echtgenoot” en “samenwonende” worden vervangen door de definitie “partner”.

  • Omtrent de continuïteitsvoorwaarde: Enkel “een” activiteit van het familiebedrijf moet zonder onderbreking worden verdergezet. In de vorige regeling was dit “de” activiteit. Dit gaf de indruk dat de vennootschap dezelfde activiteit moest voortzetten maar de fiscus had in haar omzendbrief al verduidelijkt dat de aanvankelijke activiteit niet behouden moest worden, zolang er maar een activiteit werd uitgeoefend. Door de tekstuele wijziging wordt nu duidelijk gestipuleerd dat het volstaat dat het bedrijf een, maar niet noodzakelijk dezelfde, activiteit moet verderzetten gedurende drie jaar na de schenking/het overlijden.

  • Omtrent het attest: Er is voortaan geen voorafgaand attest meer vereist. Dit geeft tijdswinst, vooral in de gevallen dat de schenker ernstig ziek is. De keerzijde is wel dat men op het ogenblik van de schenking/de aangifte niet de zekerheid heeft dat de gunstregeling van toepassing is. Nochtans is dit een belangrijk element bij de uitwerking van een successieplanning. Hieraan wordt enigszins tegemoet gekomen door een nieuwe procedure, waarbij vooraf aan de Vlaamse Belastingdienst kan worden gevraagd of de regeling al dan niet geldt.

    Bij de aangifte en naar aanleiding van de schenkingsakte moeten de nodige bewijsstukken aan de Vlaamse Belastingdienst worden overgemaakt, zoals een kopie van de drie laatste goedgekeurde jaarrekeningen, het aandelenregister en de gecoördineerde statuten.