Bedrijfsfamilies die decennialang met zorg bouwen aan hun onderneming – die nadenken over strategie, investeren in mensen en plannen voor de lange termijn – vergeten vaak één cruciale vraag: “wie leert onze kinderen eigenaar te zijn?”. Niet bedrijfsleider. Niet bestuurder. Eigenaar.
Recent Nederlands onderzoek bij ruim 600 familiebedrijven maakt dat pijnpunt eens te meer concreet zichtbaar:
- Meer dan vier op de tien bevraagden oordeelt dat hun voorbereiding op de eigenaarsrol onvoldoende is of was.
- De voorbereiding van de volgende generatie richt zich in de praktijk bijna uitsluitend op een toekomstige operationele rol in het familiebedrijf, maar te weinig op de rol van eigenaar en de competenties, taken en verantwoordelijkheden die daarmee samenhangen.
- In de meerderheid van de bevraagde familiebedrijven ontbreekt nog steeds elke formele governance (van familie én/of van het bedrijf).
- De bevraagde familiebedrijven gaven aan dat, zelfs in die bedrijven die een zekere familiale governance hadden uitgewerkt, de toekomstige rol als eigenaar weinig aan bod kwam.
- Bovendien: wanneer geen goede afspraken gemaakt zijn over rollen en verantwoordelijkheden, kan een spanningsveld ontstaan tussen eigenaars die enkel deze rol hebben en eigenaars die ook operationeel actief zijn.
Ook in onze praktijk zien we dat die rol als eigenaar vaak nog onvoldoende wordt voorbereid en bijna als een evidentie wordt beschouwd. Paradoxaal genoeg is de eigendom dan ook vaak hetgeen vrij snel wordt overgedragen binnen familiebedrijven. Dankzij het fiscale gunstregime voor familiebedrijven is schenken immers aantrekkelijk. Maar (een deel van) het eigendomsrecht hebben op een aandelenpakket maakt van een familielid nog geen goede eigenaar, én maakt van een familie nog geen goed team van eigenaars.
Goed eigenaarschap is zonder meer essentieel voor het succes en de continuïteit van familiebedrijven. Dit ontstaat niet vanzelf, maar vraagt bewustwording, vorming, blijvende persoonlijke ontwikkeling en duidelijke afspraken. De systematische en doelgerichte vorming van familieleden tot goede eigenaars is met andere woorden een pijler van professioneel eigenaarschap.
Dit veronderstelt vanwege zowel de familie als de individuele familieleden een continue bereidheid om bij te leren en te groeien op diverse vlakken. Men kan daarbij denken aan zakelijke, strategische of bedrijfseconomische kennis, maar ook aan meer zogenaamd ‘softe’ aspecten zoals communicatievaardigheden, empathie, het begrijpen van familiedynamieken en het vermogen om gedragingen te interpreteren en te de-escaleren. Voor families als groep is het essentieel in te zetten op een cultuur van open communicatie en het vermogen om constructief met conflicten om te gaan.
Wie de continuïteit van het familiebedrijf nastreeft, kan zich niet veroorloven de volgende eigenaars onvoldoende voor te bereiden op die opdracht. Het familiebedrijf verdient méér dan een goede bedrijfsleider als opvolger. Het verdient eigenaars die hun rol en verantwoordelijkheden kennen, en op een professionele manier invullen.
Sofie Lerut
12/05/2026

