Evaluatie van de raad van bestuur: Betrokkenheid bestuurders is cruciaal

Ardo-voorzitter Philippe Haspeslagh liet recent in “Made in West-Vlaanderen” optekenen dat Ardo een evaluatie van zijn raad van bestuur heeft uitgevoerd. Haspeslagh beschrijft de evaluatie als “een jaarlijkse check-up bij de tandarts, het kan nooit kwaad om zich een spiegel voor te houden”.
Maar hoe zit het met de evaluatie van de raad van bestuur in de Vlaamse familiebedrijven? Het grote governance-onderzoek van familiebedrijf.be levert interessante informatie op.

Door zaken bespreekbaar te maken, los je veel onderliggende problemen of knelpunten tijdig op.
Philippe Haspeslagh

In ongeveer 40 procent van de familiebedrijven gebeurt er geen evaluatie, in de grote helft dus wel.

In 43,9 procent van de gevallen gebeurt de evaluatie van de raad van bestuur door haar voorzitter, in 42,5 procent door de eigenaarsfamilie. In 26,8 procent zijn de aandeelhouders aan zet. Het is merkwaardig dat slechts in 12,2 procent van de gevallen een evaluatie gebeurt door een derde. Deze laatste methode biedt ons inziens nochtans de grootste waarborgen voor een objectieve aanpak.

In 22,9 procent van de gevallen wordt als evaluatiemethode een soort collectief gesprek met de leden van de raden van bestuur gevoerd. Daarna komen individuele mondelinge gesprekken (18,6 procent). In een goede 15 procent wordt een schriftelijke evaluatie gehanteerd.

In de helft van de gevallen gebeurt de evaluatie van de raad van bestuur jaarlijks, in 47,5 procent tweejaarlijks. Merkwaardig is dat de evaluatie in 2,5 procent van de gevallen trimestrieel gebeurt.

Bijzonder interessant is welke criteria belangrijk zijn bij de evaluatie van de raad van bestuur. Dit is de top 8:

  1. Betrokkenheid
  2. Waarde toevoegen met inzichten en vragen
  3. Aanwezigheid tijdens vergaderingen
  4. Alertheid
  5. Verantwoordelijkheidzin
  6. Kennis van de besproken zaken/problemen
  7. Voorbereiding van de vergaderingen
  8. Specifieke expertise

Het mag verwondering wekken dat de top vier ver verwijderd is van wat de governancelectuur meestal voorop stelt (bijvoorbeeld deskundigheid). En opvallend is dat specifieke expertise, waaraan vaak veel aandacht wordt besteed, onderaan het rijtje staat.

Hoe ervaren familiebedrijven de evaluatie? We geven het laatste woord aan Philippe Haspeslagh: “In elke familiale onderneming is het nuttig om dit soort denkoefeningen te maken. Altijd met een dubbel doel voor ogen: Hoe kan de kwaliteit op alle niveaus nog worden opgekrikt en hoe kan de lange termijn strategie nog worden verfijnd? Door zaken bespreekbaar te maken, los je veel onderliggende problemen of knelpunten tijdig op.”

Jozef Lievens

Roots Advocaten
Familiebedrijf.be
Professor EHSAL Management School