Familiebedrijven met uitsterven bedreigd?

‘Familiebedrijven staan op uitsterven’. Zo luidde de opvallende titel van een recente nieuwsflits in Nederland. De titel was gebaseerd op een onderzoek onder tweehonderd bedrijfseigenaren in Nederland. Volgens die studie verwacht “slechts” de helft van de bedrijfseigenaren die de onderneming van familie hebben overgenomen die aan een familielid over te dragen.

“Slechts” 16 procent zou teleurgesteld zijn als de eigen kinderen het familiebedrijf niet voortzetten. Van de 65-plussers overweegt een kwart het bedrijf over te dragen aan een familielid. Bijna drie kwart van de ondervraagden in Nederland denkt na over de verkoop van het bedrijf aan derden.

Schril contrast met België

Die bevindingen voor Nederland staan in schril contrast met die voor België, waar familiale opvolging de voorkeur geniet. Zo antwoordt ongeveer twee derde van de familiebedrijven in ons land waar de opvolging duidelijk is, dat de toekomstige leidinggevenden en toekomstige eigenaren een familielid zullen zijn. België telt al beduidend meer familiebedrijven dan Nederland (77 procent tegenover 61 procent).

Wie heeft het bij het rechte eind: de Nederlandse of de Belgische eigenaren? Vroeger zouden de Belgische eigenaren de meeste stemmen hebben gekregen, omdat familiale successie toen bijna automatisch als succes werd beschouwd. Nu ligt dat anders.

Eigenaarsvisie

Er is namelijk het besef dat continuïteit van het familiebedrijf veel meer kan zijn dan voortzetting als familiebedrijf. Elke eigenaarsfamilie zou zich dan ook moeten buigen over twee hamvragen: (1) wat is het meest essentiële dat we willen voortzetten en (2) wat van dat meest essentiële is de beste manier voor de voortzetting? Het antwoord op die twee vragen maakt de eigenaarsvisie uit, die elke eigenaarsfamilie zou moeten neerschrijven.