Niet de week, maar het jaar van de overdracht!

Deze week geeft Vlaams Minister van Economie Philippe Muyters de aftrap voor de Week van de Overdracht van het familiebedrijf. Een fantastisch initiatief, want er kan niet genoeg aandacht gegeven worden aan het feit dat een vlotte opvolging van wezenlijk belang is voor de continuïteit van het familiebedrijf.

U zou zich kunnen afvragen waarom het Instituut voor het Familiebedrijf geen speciaal initiatief plant in de week van 26 oktober. Het antwoord is eenvoudig: we zijn gewoon het hele jaar met de overdracht van het familiebedrijf bezig.

Binnenkort start de vijfde editie van de Opvolgersacademie: een honderdtal kandidaat-opvolgers zullen zich weer gedurende een jaar klaarstomen om het opvolgingsproces onder de knie te krijgen. In december steken we met ons nieuw flagship programma van wal: Chapter Twee, een tweedaags residentieel seminarie voor overdragers. Voor ons geen eenmalige initiatieven, maar een constante, intense aandacht voor de problematiek van de opvolging. Leve het Jaar van de Overdracht dus!

Hoopgevende trends over opvolging

Ondertussen werd in de pers de noodklok geluid over het feit dat familiale ondernemers te weinig met opvolging bezig zijn. Maar worden de cijfers wel goed gelezen? Volgens onderzoek van de universiteiten van Antwerpen en Hasselt, dat door de Tijd werd geciteerd, is één op de vijf ondernemers die binnen de vijf jaar de leiding willen overdragen, (nog) niet bezig met de opvolging. Eigenlijk is dat een schitterend resultaat, want het betekent dat vier op de vijf er wel mee bezig is! Nog nooit zagen we zo'n goede score.

Van alle ondernemers, die binnen de drie tot vijf jaar de eigendom zullen overdragen, is volgens de Tijd “17 procent gewoon nog niet bezig met het voorbereiden ervan”. Opnieuw is dit een hoopgevend resultaat, want het houdt in dat 83 procent er wel mee bezig is. Opnieuw een historisch positief cijfer.

Er is dus zeer veel veranderd sedert prof Rik Donckels in de jaren tachtig zijn eerste onderzoeken over opvolging lanceerde. In het land van de familiebedrijven is men veel meer, veel vroeger en professioneler met opvolging bezig. Het gaat dus de goede richting uit.

Een uitstekend fiscaal klimaat

Het moet gezegd de familiebedrijven op het vlak van opvolging in Vlaanderen genieten van een uitstekend fiscaal klimaat. Meer dan 1500 familiale ondernemers maakten in 2014 gebruik van de mogelijkheid om het familiebedrijf aan nul procent aan hun opvolgers te schenken. Dat is een bijzonder fors cijfer. De critici van minister Muyters hebben ongelijk gehad: het was een uitstekende move van deze beleidsman om de wijziging in de schenkingsrechten door te voeren.

Daarenboven kunnen families, die niet willen schenken aan 0 procent, genieten van de 3% successierechten wanneer zij niet hebben geschonken. Ook dit is een gunsttarief, dat de continuïteit van het familiebedrijf – en dus ook van tewerkstelling en verankering – in de hand werkt. Opnieuw een eresaluut voor de minister.

Aandachtspunten rond de overdracht

Is alles dan rozegeur en maneschijn op het opvolgingsfront? Neen, er zijn toch nog wat aandachtspunten :

  • Zullen we genoeg opvolgers hebben? Volgens het pas verschenen onderzoek van de Universiteit van St Gallen, waarin ook de Belgische situatie werd onderzocht,is slechts 5 procent van de universiteitsstudenten, die thuis een familiebedrijf hebben, bereid om direct na hun studies in dit familiebedrijf actief te worden.Vijf jaar na het beëindigen van de universiteitsstudies is dat 9 procent. Ten aanzien van het wereldgemiddelde van 5 procent blijft dit een beter cijfer, maar toch moeten we hier waakzaam blijven.

  • Het ontbreekt veel Vlaamse familiebedrijven aan ambitie om belangrijke waardecreërende ondernemingen uit te bouwen. Men vervalt te gemakkelijk in jeremiades als: samenwerken onder familieledenis toch zo moeilijk, zou ik niet beter mijn broer uitkopen (met middelen van het familiebedrijf uiteraard) of heeft familiaal ondernemen nog zin? De Ardo’s van deze wereld blijven helaas nog de uitzondering. Een goed uitgewerkte familiale governance kan de hierboven vermelde euvels verhelpen. We hopen dus dat dit thema tijdens de Week van Overdracht voldoende aan bod komt en men niet vervalt in het al te simpele dilemma 'overdragen of verkopen?'.

  • Het samenwerken met niet-familiale investeerders is voor veel familiebedrijven nog steeds een groot taboe. Dit kan de groei belemmeren. Nochtans zijn er voldoende (juridische) mogelijkheden om met derden samen te werken zonder de controle over het familiebedrijf te verliezen. Dit thema moet dringend meer aandacht krijgen.

  • Opvolging en professionalisering van het familiebedrijf gaan hand in hand. Uiteraard is de overdracht van het familiebedrijf een emotioneel geladen proces. We moeten ons echter hoeden voor overdreven zieleknijperij. Het uitbouwen van een performant professioneel familiebedrijf is even belangrijk.

Het lijkt ons belangrijk dat ook deze thema’s bespreekbaar worden zodat onze 123.000 familiebedrijven verder de wind in de zeilen hebben. Het IFB blijft daar alvast hard aan voortwerken.