Nieuw mechanisme ter compensatie van betaalde belasting wanneer aandelenopties onder water zijn

Patrick De Schutter

De Aandelenoptiewet van 26 maart 1999 voorziet dat aandelenopties die schriftelijk aangeboden worden en schriftelijk aanvaard zijn binnen de 60 dagen volgend op het aanbod belastbaar zijn bij toekenning. Wanneer de opties echter onder water zijn (d.w.z. als de uitoefenprijs hoger is dan de waarde van het aandeel), heeft de optiehouder geen mogelijkheid om de belasting die reeds werd betaald te recupereren. Een recente ruling staat de werkgever toe om de werknemer deze betaalde belastingen belastingvrij te vergoeden.

Waarom is dit belangrijk?

Internationale ondernemingen hebben opgemerkt dat de aanvaardingsgraad van aandelenopties in België opmerkelijk lager was dan het wereldwijd gemiddelde. In de meeste de gevallen was dit omdat werknemers niet bereid waren om belasting te betalen bij de toekenning van de opties en het riscico te lopen dat de belasting verloren gaat als de opties niet uitgeoefend worden. Deze ruling staat de werkgever toe de werknemer een bedrag gelijk aan de betaalde belasting te betalen zonder dat dit nadelige gevolgen heeft op vlak van inkomstenbelasting.

Achtergrond

De Aandelenoptiewet voorziet een forfaitaire waarderingsmethode om het belastbaar voordeel te bepalen van aandelenopties die schriftelijk werden aanvaard binnen de 60 dagen volgend op een schriftelijk aanbod. Het voordeel van alle aard is 18 % van de onderliggende waarde van de aandelen op het moment van het aanbod. Voor aandelenopties met een looptijd langer dan 5 jaar, wordt er één procent toegevoegd voor ieder bijkomstig jaar of deel van een jaar. Dit betekent dat het voordeel van alle aard van aandelenopties met een tijdswaarde van 10 jaar gewaardeerd moet worden aan 18% + 5% = 23% van de onderliggende waarde van de opties op het moment van het aanbod.

Deze percentages kunnen gehalveerd worden indien bepaalde voorwaarden vervuld zijn. In de meeste gevallen voldoen opties op aandelen van de werkgever of het moederbedrijf aan deze voorwaarden.

Indien de uitoefenprijs van de aandelenopties lager is dan de werkelijke waarde van de aandelen op het ogenblik van de toekenning (opties “in the money”), wordt dit verschil toegevoegd aan de belastbare basis.

De Aandelenoptiewet bepaalt ook dat de optiehouder belast wordt op ieder zeker voordeel met betrekking tot de aandelenopties. Een zeker voordeel is een voordeel dat gerelateerd is aan het aanbod van de aandelenopties maar niet aan de waarde van de onderliggende aandelen. Een voorbeeld van zo een zeker voordeel is een belofte van de werkgever om de aandelen die via de uitoefening van de optie werden verkregen tegen 10% boven de uitoefenprijs terug te kopen.

Cashbetaling

De Rulingcommissie heeft nu bevestigd dat de terugbetaling door de werkgever van de belasting op de toekenning van aandelenopties een zeker voordeel is. Maar de Rulingcommissie voegt eraan toe dat er geen inkomstenbelasting verschuldigd is zolang het bedrag van de terugbetaling lager is dan het oorspronkelijk forfaitair belastbaar voordeel.

Deze ruling bevestigt eveneens dat de cashbetaling een aftrekbare kost is in de vennootschapsbelasting en dat de werkgever deze cashbetaling niet moet rapporteren op een fiscale fiche.

Anti-misbruik bepaling

In de ruling wordt eveneens aandacht besteed aan de mogelijke toepassing van de algemene fiscale anti-misbruik bepaling. De Rulingcommissie besluit dat de reden voor de cashbetaling, namelijk het verhogen van de aanvaardingsgraad van aandelenopties, een voldoende argument is om de anti-misbruik bepaling buiten spel te zetten.

Draagwijdte van de ruling

Een ruling is enkel bindend voor degene die de ruling heeft aangevraagd. Bijgevolg is deze ruling geen afdwingbaar precedent voor anderen. De Rulingcommissie zal echter belastingplichtigen die zich in dezelfde situatie bevinden, op dezelfde manier behandelen. Bijgevolg zal de Rulingcommissie een gelijkaardige ruling afleveren voor andere bedrijven die onder dezelfde voorwaarden opereren. De argumenten om dit nieuw mechanisme toe te passen, zullen bepalend zijn om een gelijkaardige ruling te verkrijgen.

Terug naar het overzicht

Opvolgersscan

Als eigenaar/bedrijfsleider van je familiebedrijf heb je wellicht het liefst dat één of meerdere kinderen op een bepaald moment het roer overnemen.

Maar hoe bepaal je als ouders objectief of je kinderen hiervoor aangewezen zijn? Patrick De Schutter ontwierp hiervoor de Opvolgersscan.

Een niet-familiale CEO: zes aandachtspunten

Samenwerken met een niet-familiale CEO loopt niet steeds van een leien dakje.

Jozef Lievens stipt 6 factoren aan die het aantrekken van en de samenwerking met een externe CEO kunnen maken of kraken.

Meer weten?

Vier soorten governance in het familiebedrijf

Er wordt vaak beweerd dat governance in familiebedrijven complexer is dan in niet-familiebedrijven. Dat is ongetwijfeld juist. De oorzaak hiervoor is te vinden in het feit dat een familiebedrijf bestaat uit een aantal componenten die elk een aparte soort governance vereisen.

Volgens Jozef Lievens zijn er vier soorten governance vereist :

  • ownership governance
  • business governance
  • family governance
  • wealth governance
Lees meer

Raad van bestuur of raad van advies

Veel familiale ondernemers stellen zich de vraag of ze beter met een echte raad van bestuur of met een raad van advies van start gaan. Volgens Sofie Lerut hebben beide pistes zekere voordelen, maar er zijn belangrijke verschillen.

Lees meer