Nieuwe belastingverhoging voor familiale vennootschappen: VVPRbis en liquidatiereserve stijgen van 15% naar 18%
Gastblog Moore
Alsof familiale ondernemers de voorbije maanden nog niet voldoende fiscale wijzigingen moesten verwerken, komt er alweer een bijkomende belastingverhoging aan. Nadat recent de nieuwe meerwaardebelasting werd ingevoerd én tegelijk het gunstregime voor de overdracht van familiale vennootschappen werd verstrengd, besliste de federale wetgever nu ook om het tarief van de roerende voorheffing op VVPRbis-dividenden en liquidatiereserves te verhogen van 15% naar 18%.
De maatregel werd definitief goedgekeurd in de nieuwe programmawet en zal, volgens de huidige stand van zaken, in werking treden op 1 juli 2026.
Voor veel familiale ondernemers voelt dit aan als een opeenstapeling van fiscale maatregelen die allemaal raken aan dezelfde realiteit: het familiaal ondernemerschap en de opbouw van ondernemingsvermogen op lange termijn. Daarbij komt dat heel wat van de eerdere hervormingen vandaag nog steeds gepaard gaan met aanzienlijke juridische en praktische onzekerheden. De concrete toepassing van de nieuwe meerwaardebelasting roept bijvoorbeeld nog tal van vragen op rond waarderingen, familiale structuren, maatschappen en overdrachten binnen de familie. Ook de recente verstrenging van het gunstregime voor familiale vennootschappen vraagt nog verdere verduidelijking in de praktijk.
Nog voor ondernemers en hun adviseurs die nieuwe spelregels volledig hebben kunnen analyseren en implementeren, wordt dus opnieuw aan de fiscale knoppen gedraaid.
De impact van deze nieuwe verhoging mag niet onderschat worden. Zowel het VVPRbis-regime als de liquidatiereserve vormden de voorbije jaren belangrijke instrumenten voor familiale kmo’s om winst op een fiscaal werkbare manier uit de vennootschap te halen. Vooral voor ondernemers die jarenlang reserves hebben opgebouwd in functie van herinvesteringen, pensioenopbouw of familiale vermogensplanning, betekent een stijging van 15% naar 18% een duidelijke bijkomende kost.
De verhoging komt bovendien neer op een belastingstijging van maar liefst 20% op het huidige tarief.
Opvallend is ook de timing van de maatregel. Hoewel aanvankelijk werd uitgegaan van een eerdere invoering, bepaalt de programmawet uiteindelijk dat de nieuwe tarieven pas in werking treden “vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand van publicatie in het Belgisch Staatsblad”. Aangezien de wet ten vroegste begin juni 2026 gepubliceerd zal worden, schuift de effectieve inwerkingtreding door naar 1 juli 2026.
Dat uitstel creëert wel nog een belangrijk opportuniteitsvenster voor familiale vennootschappen. Dividenden die vóór 1 juli 2026 worden toegekend of betaalbaar gesteld, kunnen in principe nog genieten van het huidige tarief van 15%. Voor veel ondernemingen maakt dit de algemene vergadering van juni 2026 plots bijzonder relevant.
Het is dan ook aangewezen om tijdig na te gaan:
- of uitkeringen onder VVPRbis nog mogelijk zijn;
- of bestaande liquidatiereserves best versneld worden uitgekeerd;
- welke impact deze wijziging heeft op familiale vermogens- en opvolgingsplanning;
- en hoe dit zich verhoudt tot de recente meerwaardebelasting en de aangepaste regels rond familiale overdracht.
De opeenvolging van fiscale hervormingen toont opnieuw aan hoe belangrijk het wordt voor familiale ondernemers om hun structuur, aandeelhouderschap en uitkeringspolitiek regelmatig te herevalueren. Wat jarenlang een stabiel fiscaal kader leek, evolueert vandaag razendsnel.
Meer dan ooit vraagt dit om een geïntegreerde aanpak waarin fiscaliteit, familiale governance en langetermijnplanning samen bekeken worden.
Wilt u weten welke impact deze wijzigingen hebben op uw familiale vennootschap of vermogensplanning? Onze experten bekijken graag samen met u welke opportuniteiten en aandachtspunten er zijn voor uw specifieke situatie. Neem gerust contact op voor een vertrouwelijk gesprek.
