Omzet, winst, (R)Ebitda, Cashflow in het Familiebedrijf: quo vadis?

Patrick De Schutter

Onze trouwe lezers en fans zullen zich herinneren dat wij al bijna twintig jaar geleden in onze opleiding “Bestuurder in het Familiebedrijf” veel aandacht besteedden aan het opschroeven van de financiële kennis van de eigenaars en (toekomstige) bestuurders van en in familiebedrijven.

De laatste jaren geef ik regelmatig zogenaamde “in house” op maat uitgewerkte cursussen rond dit thema waar verschillende familianten, afhankelijk van hun rol, functie en betrokkenheid in het familiebedrijf, samen deze cursussen kunnen bijwonen om de essentie van de financiële kennis die zij nodig hebben om hun bedrijf beter te kunnen begrijpen en doorgronden onder de knie te krijgen.
Dergelijke cursussen geven mij persoonlijk enorm veel voldoening omdat de veilige, gesloten, private omgevingen waarin ze plaatsvinden de uitgelezen mogelijkheid bieden aan de deelnemers om zonder schroom of gêne alle vragen te stellen die ze altijd al hadden willen stellen maar in publiek toegankelijke cursussen misschien niet durfden of mochten stellen.

En laat nu veel van die vragen te maken hebben met bovenstaande titel. Die gaan we één voor één ontleden en enkele belangrijke aandachtspunten voor elk ervan meegeven.

1. Omzet

Elk bedrijf moet natuurlijk omzet draaien. Zonder omzet zijn er geen inkomsten om de uitgaven mee te dekken en te proberen winst te maken. Maar omzet is niet zaligmakend.
Je kan rendabele en niet-rendabele omzet maken. Om dat te kunnen weten en meten is het essentieel dat je een goede, juiste en volledige kostenallocatie kan maken waarbij je de juiste kosten kunt toewijzen aan je omzetactiviteit, per categorie, product, productgroep, geografie enz. Daar schort het in een aantal familiebedrijven nog dikwijls wat. Dan is er gewoon een grote pot van de kosten die in zijn algemeenheid wordt gedragen en die tegen de totale omzet wordt afgezet. Op die manier is het natuurlijk moeilijk om te weten waarmee je rendement (bruto-netto marge) haalt en waarmee niet. Het is ook gevaarlijk om je verkoopsteam te vergoeden en te belonen puur op omzet zonder te weten of het rendabele omzet is of niet. Dus opletten met omzet an sich… Jullie kennen ongetwijfeld het gezegde : “turnover is vanity” oftewel omzet is ijdelheid…

2. (R) Ebitda

(Recurrente) Ebitda is de terugkerende, uitgezuiverde bedrijfswinst voor afschrijvingen, waardeverminderingen en dotaties aan/terugnames van voorzieningen voor risico’s en kosten. Het is met andere woorden het bedrijfsresultaat dat je behaalt uit je normale activiteiten los van hoe je investeert of financiert. Dit is een goede graadmeter voor de operationele winstgevendheid van je familiebedrijf. Maar je vertrekt hier nog altijd puur en alleen vanuit de resultatenrekening zonder te kijken naar de balans. En dat kan ook gevaarlijk zijn. Je (R)Ebitda kan positief evolueren maar je kan tegelijkertijd problemen aan het opbouwen zijn in de balans door bijvoorbeeld slecht werkkapitaalbeheer. Dus, deze graadmeter is een interessant gegeven maar je moet proberen het bredere plaatje te bekijken. Iedereen heeft al gehoord van of gelezen over “earnings management”… Met andere woorden, aangezien die (R)Ebitda een puur boekhoudkundig gegeven is kan je het indien gewenst wel wat gaan beïnvloeden of sturen in functie van bepaalde objectieven…

Dikwijls niet in de laatste plaats bonussen van het management…

3. (vrije) Cashflow

Met onze Rebitda komen we al een eind in de goede richting aangezien we hier dus de operationele winstgevendheid meten. Om van daaruit in twee stappen naar de vrije cashflow te gaan moeten we dus nog twee belangrijke elementen mee in beeld brengen, die we allebei afleiden uit de balans. Dat is zeer belangrijk om te onthouden en te onderkennen : waar we op het vlak van de Rebitda enkel en alleen in de resultatenrekening kijken gaan we nu twee andere belangrijke bewegingen meenemen. De eerste is de mutatie in het werkkapitaal, namelijk de voorraden plus de handelsvorderingen enerzijds minus de verplichtingen op korte termijn (in het lopende boekjaar) anderzijds. Afhankelijk van hoe het werkkapitaal beheerd en geoptimaliseerd wordt zal dit een positieve of negatieve impact hebben op de cashflow.

Daar moeten we dan nog de “capex” of de investeringsuitgaven aftrekken. Wanneer we dat gedaan hebben bekomen we de “vrije cashflow”. Trends publiceerde in zijn editie van 30 april jongstleden de lijst van de Top 50-beursgenoteerde Belgische bedrijven die de meeste vrije cashflow realiseren en daar zien we dat meer dan de helft van de top 10 wordt ingenomen door familiebedrijven!

4. FCFSH

U zult zich afvragen, wat is dat nu weer? Wel , dit acroniem staat voor Free Cash Flow to the Shareholders. Want wat we hier onder 3. berekend hebben, daar kunnen twee zaken mee gebeuren : ofwel dient dit om schulden mee terug te betalen, voor bedrijven die zwaar “geleveraged” zijn en dus afhankelijk van schuldfinanciering om hun groeiverhaal te kunnen bestendigen, ofwel kan dit gehanteerd worden om dividenden te betalen aan de aandeelhouders, of zoals in de meeste gevallen een gezonde gewogen combinatie van beide.Het spreekt vanzelf dat, hoe minder leverage er is, hoe meer er beschikbaar kan zijn voor de aandeelhouders of om strategische overnames mee te doen.

Dit is dus de cascade waar je als eigenaar van je familiebedrijf moet doorgaan om goed te begrijpen hoe je van het bovenste lijntje in de resultatenrekening uiteindelijk moet afdalen tot het niveau dat je exact kan in kaart brengen waar de cash nu vandaan komt en waarvoor hij geberuikt wordt en tenslotte hoeveel er overblijft voor de aandeelhouders.

Patrick De Schutter

Bestuurder/Adviseur Familiebedrijven

Co-Gedelegeerd-Bestuurder Het Familiebedrijf

02/06/2026

Terug naar het overzicht

Opvolgersscan

Als eigenaar/bedrijfsleider van je familiebedrijf heb je wellicht het liefst dat één of meerdere kinderen op een bepaald moment het roer overnemen.

Maar hoe bepaal je als ouders objectief of je kinderen hiervoor aangewezen zijn? Patrick De Schutter ontwierp hiervoor de Opvolgersscan.

Een niet-familiale CEO: zes aandachtspunten

Samenwerken met een niet-familiale CEO loopt niet steeds van een leien dakje.

Jozef Lievens stipt 6 factoren aan die het aantrekken van en de samenwerking met een externe CEO kunnen maken of kraken.

Meer weten?

Vier soorten governance in het familiebedrijf

Er wordt vaak beweerd dat governance in familiebedrijven complexer is dan in niet-familiebedrijven. Dat is ongetwijfeld juist. De oorzaak hiervoor is te vinden in het feit dat een familiebedrijf bestaat uit een aantal componenten die elk een aparte soort governance vereisen.

Volgens Jozef Lievens zijn er vier soorten governance vereist :

  • ownership governance
  • business governance
  • family governance
  • wealth governance
Lees meer

Raad van bestuur of raad van advies

Veel familiale ondernemers stellen zich de vraag of ze beter met een echte raad van bestuur of met een raad van advies van start gaan. Volgens Sofie Lerut hebben beide pistes zekere voordelen, maar er zijn belangrijke verschillen.

Lees meer