Onderneming of vennootschap in het buitenland? Risico op dubbele successierechten, maar het Grondwettelijk Hof schiet te hulp!

Indien je over een onderneming of vennootschap in het buitenland beschikt, bestaat het risico op dubbele successierechten. Hoe wordt buitenlandse successiebelasting bepaald en is dit van toepassing op zowel roerende goederen als onroerende goederen? Dit artikel dompelt je onder in het onderwerp successiebelasting in het kader van internationaal nalatenschap.

Internationale nalatenschap: risico op dubbele successiebelasting!

Wanneer een inwoner van België overlijdt, zijn de erfgenamen in België successierechten verschuldigd over het wereldwijde netto-vermogen van de overledene, inclusief de goederen die in het buitenland gelegen zijn zoals vastgoed, beleggingen of aandelen van een vennootschap. Die regeling geldt zowel in Vlaanderen, Brussel als Wallonië.

Daarnaast is het mogelijk dat er, afhankelijk van de fiscale wetgeving van het land in kwestie, ook in het buitenland successierechten verschuldigd zijn over dat buitenlandse vermogen. Vaak voorziet de buitenlandse wetgeving daarbij dat er successierechten verschuldigd zijn over de onroerende goederen die een niet-inwoner aanhoudt in het betrokken land, maar soms wordt er meer dan enkel vastgoed geviseerd.

Zo zijn er bijvoorbeeld in Spanje successierechten verschuldigd op alle goederen die zich materieel of juridisch op Spaans grondgebied bevinden. Het gaat bijvoorbeeld om in Spanje gelegen onroerende goederen, maar ook om aandelen van een Spaanse vennootschap of banktegoeden die op een Spaanse bankrekening worden aangehouden.

Bij een internationale nalatenschap is er dus een risico dat dezelfde buitenlandse goederen twee maal belast worden met successierechten: zowel in het buitenland als in België!

De verrekening van buitenlandse successiebelasting …

Dat risico op dubbele successiebelasting is reëel, te meer omdat België slechts twee verdragen heeft om dubbele successiebelasting te vermijden in een internationale situatie: met Zweden (1956) en met Frankrijk (1959). Omdat Zweden inmiddels de heffing van successierechten heeft afgeschaft, is in de praktijk enkel nog het verdrag met Frankrijk relevant.

Naast die verdragen (de facto enkel nog het verdrag met Frankrijk) kent België in zijn interne wetgeving wel nog een mogelijkheid om de buitenlandse successierechten te verrekenen.

De buitenlandse successierechten met betrekking tot buitenlandse onroerende goederen mogen immers onder voorwaarden worden afgetrokken van de Belgische successierechten over dat buitenlands vastgoed, waardoor er finaal maar één keer wordt betaald over het buitenlands vastgoed.

Dat betekent echter ook dat indien er in het buitenland geen of weinig successiebelasting verschuldigd is, bijvoorbeeld omwille van een vrijstelling of een gunstregime, er ook niets of amper iets kan worden verrekend in België. In dat geval zal de Belgische successiefactuur over het buitenlandse vastgoed ook niet of nauwelijks kunnen worden gemilderd. Een goede successieplanning houdt daarom best rekening met zowel de Belgische als de buitenlandse aspecten.

… is echter beperkt tot buitenlands vastgoed

De Belgische mogelijkheid tot verrekenen van de buitenlandse successierechten bestaat echter enkel voor in het buitenland gelegen onroerend goed, en niet voor buitenlands roerend vermogen.

Betreft het buitenlandse roerende goederen, zoals aandelen van een vennootschap of banktegoeden, dan is er op vandaag geen enkele wettelijke maatregel die de dubbele heffing van successierechten verhindert (met uitzondering van een beperkt aantal situaties in een Frans-Belgische context waarvoor het verdrag de heffingsbevoegdheid toekent aan één van beide landen).

Mogelijkheid tot verrekenen enkel voor vastgoed is discriminatie

Begin juni 2021 heeft het Grondwettelijk Hof echter geoordeeld dat dit verschil in behandeling tussen buitenlands onroerend en roerend vermogen in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Er bestaat immers geen redelijke verantwoording om de verrekening van buitenlandse successierechten enkel toe te kennen voor buitenlands vastgoed, en niet voor buitenlandse aandelen, beleggingen, etc.

Als gevolg van dit arrest is het voor de erfgenamen van iemand die inwoner was van België voortaan mogelijk om de buitenlandse successierechten te verrekenen met de Belgische successierechten, ongeacht of het over buitenlands onroerend of roerend vermogen gaat.

Gevolgen voor de toekomst?

In afwachting van een aanpassing van de wetgeving kan op grond van het nieuwe arrest de verrekening van in het buitenland betaalde successierechten over roerende goederen worden gevraagd.

Maar net zoals bij vastgoed betekent dit ook dat indien er in het buitenland geen of weinig successiebelasting verschuldigd is, bijvoorbeeld omwille van een vrijstelling of een gunstregime voor een (familiale) onderneming of vennootschap, er ook niets of amper iets kan worden verrekend in België. Bij het uitwerken van uw planning houdt u dit best in het achterhoofd om onaangename financiële verrassingen te vermijden.

Of het ook mogelijk is om in het verleden betaalde successierechten over buitenlands roerend vermogen alsnog te recupereren, dient geval per geval te worden bekeken.

Vrij kort na het arrest liet de Vlaamse Minister van Financiën in een eerste reactie weten dat het zeker niet de bedoeling is om de bestaande mogelijkheid tot verrekening voor buitenlands vastgoed af te schaffen, maar dat wat betreft de terugbetaling van te veel betaalde successierechten er nog een en ander werd onderzocht.

Ondertussen heeft de Vlaamse Belastingdienst evenwel bevestigd dat hij met deze nieuwe rechtspraak rekening zal houden, ook op hangende discussies of in geval van een verzoek tot teruggaaf, zelfs indien de reguliere termijn hiervoor verstreken is.