Regelmatig opvolgingsplan updaten: een goed idee

Het gebeurt niet elke dag dat een ondernemer voorstelt om een nieuwe formaliteit in te voeren. Toch deed Johan Debuf, zaakvoerder van een bouwonderneming en erevoorzitter van de Bouwunie, dat onlangs. Hij stelt voor dat ondernemers om de vijf jaar hun opvolgingsplan en inzonderheid de waardebepaling van hun onderneming updaten en bij een notaris neerleggen.

Debuf heeft een punt. Veel ondernemers werken op een bepaald ogenblik regelingen uit, waarvan zij zich later de juiste draagwijdte niet meer herinneren. Daarom kan het inderdaad nuttig zijn om af en toe een paar uren uit te trekken en alle familiale “regelingen” tegen het licht te houden en als het ware een een “groot onderhoud” uit te voeren. Hamvraag is natuurlijk wat er allemaal tijdens het groot onderhoud moet bekeken worden.

In eerste instantie zou elke ondernemer periodiek moeten nagaan of hij nog aan het Vlaamse successiedecreet beantwoordt, want dat levert hem bij overlijden een nultarief inzake successierechten op. Nu de tewerkstellingvoorwaarde voor een tijdje in de koelkast zit, is het vooral zaak om het aandelenbezit goed in kaart te hebben. Zoals bekend zal bij overlijden moeten aangetoond worden dat de dichte familie ononderbroken vijftig procent van de aandelen bezat in de drie jaar voor het overlijden. Het is dan ook onontbeerlijk om dit goed op een rijtje te hebben.

In tweede instantie dient nagegaan of de regelingen tussen aandeelhouders nog op punt staan. De meeste familiale ondernemingen willen dat het aandeelhouderschap sterk besloten is. Er dient derhalve nagegaan of de statuten of de aandeelhouders-overeenkomsten dit doel nog wel bereiken. Volgens het Belgische vennootschapsrecht kan de overdraagbaarheid van de aandelen alleen beperkt worden via een recht van voorkoop of een goedkeuringsclausule. Daaraan kan niet getornd worden. Er zijn echter een aantal aanvullende clausules mogelijk die heel wat speelruimte bieden. Centraal zijn de bepaling van de prijs, waartegen het verkoopsrecht kan uitgeoefend worden en de betalingstermijnen. Het kan nuttig zijn om te checken of de aandeelhoudersovereenkomst nog aan de bedoeling van de partijen beantwoordt en of de duur ervan niet verstreken is.

Op de derde plaats dient de familiale ondernemer te onderzoeken de door hem opgerichte structuren nog met zijn wensen overeenstemmen. Vooral met Nederlandse stichtingen gebeurt het wel eens dat de structuur niet meer actueel is omdat opvolgingsregelingen in de familie geëvolueerd zijn. Vooral de bepalingen in de stichtingsstatuten inzake het bestuur van de stichting en de overdraagbaarheid van certificaten zullen periodiek moeten geverifiëerd worden. Dezelfde oefening dient te gebeuren voor Belgische controlevehikels zoals holdings, maatschappen en commanditaire vennootschappen op aandelen.

In vierde instantie kan het nuttig zijn om alles inzake governance eens af te stoffen. Zit de samenstelling van de raad van bestuur nog goed en wordt de juiste agenda gevolgd ? Ook op het vlak van familiale governance moet misschien het familiaal charter bijgesteld worden of het familieforum nieuw leven ingeblazen.

Tenslotte moeten de ondernemers op geregelde tijdstippen nagaan of alle documenten, die de relatie met hun echtgenoot of partner regelen, nog in orde zijn. Moet het huwelijkscontract niet aangepast worden of dient er juridisch vorm gegeven aan een relatie buiten het huwelijk ? Dienen er eventueel (aanvullende schenkingen) uitgevoerd ?

Eens deze vijf punten onder controle kan de ondernemer opgelucht ademhalen. Voorwaar een goed idee van Johan Debuf.