Stimuleert private equity de groei van familiebedrijven?

Jozef Lievens
24.05.2011
Eigendom

Wordt door de overname van een familiebedrijf door een private-equityspeler waarde gecreëerd of vernietigd? Recent onderzoek geeft een genuanceerd antwoord.

Voor zijn masterproef als handelsingenieur aan de Universiteit Antwerpen onderzocht Andy Lardon de vraag van de impact van private equity-backed buy outs op de performantie van Belgische familiebedrijven. Een buy-out betekent hier dat de private equity-speler een meerderheidsparticipatie verwerft, eventueel samen met het management dat de buy-out uitvoert. Lardon bekeek de prestaties van een aantal belangrijke familiebedrijven na hun overname (Arcomet, Scana-Noliko, Fun Belgium, Ontex, Aliplast, Balta, Novy, Allbox edm) en vergeleek ze met die van controleondernemingen.

Als eerste belangrijke conclusie geldt dat na de buy-out een sterke groei in aantal werknemers, omzet en omvang van de totale activa werd vastgesteld. Volgens Lardon kan private equity aldus beschouwd worden als een motor voor expansie.

In tweede instantie vond Lardon dat er, ondanks het feit dat familiebedrijven zich na een buy-out meer focussen op cashflow, er geen betekenisvolle stijging kon vastgesteld worden van EBIT, EBIDA of cashflow na belastingen. Deze factoren vertoonden zelfs een lichte daling.

Op de derde plaats kwam dat de rentabiliteit van de ondernemingsactiviteiten en van de geïnvesteerde middelen daalde. Bovendien stelde Lardon een belangrijke daling van de liquiditeit en de solvabiliteit vast. Hij vermoedt dat dit werd veroorzaakt door de financiering van de buy-out met financiële schulden. Een efficiënter beheer van het werkkapitaal kon niet worden vastgesteld maar de verhoogde schuldgraad zorgde wel voor een significant belastingsvoordeel. De bruto toegevoegde waarde als indicatie van de globale economische prestatie gaf geen significante verschillen weer tussen de familiebedrijven na een buy-out en de controleondernemingen. Tenslotte bleek de investeringsgraad beduidend groter te zijn dan bij de controleondernemingen Een buy-out leidt dus niet tot een verzwakking van de investeringsgraad.

Als algemene conclusie stelt Lardon dat private equity inderdaad groei stimuleert maar dit ten koste gaat van de financiële gezondheid van familiebedrijven, althans in de eerste jaren na de buy-out.

Het zou interessant zijn indien Lardon zijn onderzoek binnen enkele jaren nog eens zou overdoen. Mogelijks komt hij dan tot dezelfde conclusie als een ander onderzoek van Cooreman en Geldhof die vonden dat familiebedrijven na een buy-out pas na een zestal jaar de controleondernemingen evenaarden.