Wat kan meervoudig stemrecht betekenen in het familiebedrijf?

Staaldraadproducent Bekaert kondigde recent aan het dubbel stemrecht in te voeren, als een middel om de langetermijnvisie en loyauteit van aandeelhouders te belonen. Lotus Bakeries is een ander genoteerd familiebedrijf dat eerder die weg insloeg. Daarmee verstevigen de familiale aandeelhouders hun positie in het familiebedrijf vermits zij opnieuw een veel grotere zeggenschap bekomen in de algemene vergadering.

Sedert de wijziging van het vennootschapsrecht door het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) kan inderdaad worden afgeweken van de tot dan ijzeren regel: “één aandeel, één stem”.

Voor genoteerde nv’s zijn de mogelijkheden door de wet duidelijk afgebakend. De statuten kunnen namelijk voorzien dat dubbel stemrecht – en ‘dubbel’ is meteen het maximum – wordt toegekend aan aandeelhouders op wiens naam de aandelen minstens twee jaar ononderbroken zijn ingeschreven. Daarmee heeft de wetgever de loyauteit van aandeelhouders willen belonen, hetgeen in genoteerde familiebedrijven zeker ten goede komt aan de familiale referentieaandeelhouder die vaak het “geduldig kapitaal” verschaft.

Maar ook in niet-genoteerde bedrijven kan in de statuten worden afgeweken van het uitgangspunt dat één aandeel één stem heeft, en daar heeft de wetgever zeer veel ruimte gelaten voor creativiteit. Zowel in de nv als in de BV kan men in de statuten voorzien in aandelen met meervoudig stemrecht (dus ook méér dan de twee stemmen per aandeel die mogelijk zijn in genoteerde bedrijven). Bovendien kan dit meervoudig stemrecht volledig vrij gemoduleerd worden: men kan bijvoorbeeld bepalen dat dit enkel voor bepaalde belangrijke beslissingen geldt, of enkel indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan.

Dit kan voor familiebedrijven bijvoorbeeld interessant zijn in de context van opvolging, wanneer men hetzij aan de overdrager hetzij aan de actieve opvolger grotere zeggenschap wil toekennen dan aan de overige aandeelhouders. Bij wijze van voorbeeld: men zou als overdrager een beperkt pakket aandelen (of zelfs één aandeel) in handen kunnen houden, dat bij bepaalde sleutelbeslissingen doorslaggevend is. Of men zou aan de actieve opvolger aandelen kunnen toekennen waaraan meer stemrechten gekoppeld zijn dan aan de aandelen van de opvolgers die niet actief zijn in het familiebedrijf.

En wanneer men nog creatiever wil zijn: men kan ook de vermogensrechten van aandelen gaan moduleren door aandelen te creëren die recht geven op meer inkomsten dan andere aandelen. Bovendien hoeft die regeling niet symmetrisch te zijn met de regeling van de stemrechten: men kan m.a.w. ook aandelen creëren die veel stemrechten hebben maar minder vermogensrechten, of omgekeerd.

Dit vrijwel ongelimiteerd scala aan mogelijkheden klinkt erg aantrekkelijk, maar er moeten toch enkele belangrijke kanttekeningen bij gemaakt worden.

Wanneer men gebruik maakt van deze mogelijkheden om verschillende rechten toe te kennen aan aandelen, dan leidt dit tot de creatie van soorten aandelen. Dit creëert vennootschapsrechtelijk een zekere complexiteit en kan soms ook ongewenste effecten hebben. Zo zal men voor latere wijziging aan de rechten van een soort aandelen of voor creatie van een bijkomende soort aandelen, de instemming nodig hebben van elke soort aandelen. Daarbij gelden bovendien – binnen elke soort aandelen – de aanwezigheids- en meerderheidsvereisten voor een statutenwijziging. Met andere woorden: hoe meer soorten aandelen men creëert, hoe meer (de facto) vetorechten in het systeem sluipen voor dit type beslissingen.

Een andere vraag is wat de erfrechtelijke implicaties zijn van dit alles. Stel dat een overdrager aan elk van zijn kinderen evenveel aandelen schenkt, maar met een verschillend gewicht qua stemrechten en/of qua vermogensrechten. Hebben de kinderen dan een gelijk deel van het vermogen van de overdrager gekregen? Discussies hierover liggen voor de hand. Het zal wellicht aanbeveling verdienen dat dergelijke regeling wordt gekaderd in een goed uitgewerkte erfovereenkomst.

Ten slotte kan men zich afvragen of controlevehikels nog wel nut hebben, nu de wetgeving al deze creativiteit mogelijk maakt binnen het familiebedrijf zelf. Het antwoord op die vraag is volgens ons positief. Naast de bedenkingen die hierboven al geformuleerd werden, is een belangrijk verschil ook dat een aandeelhouder, ongeacht of zijn aandelen veel of weinig stemrechten hebben, zich wel degelijk rechtstreeks in de juridische sfeer van het familiebedrijf zelf bevindt. Hij kan daar zijn rechten als aandeelhouder uitoefenen zoals het bijwonen van de algemene vergadering en het uitoefenen van zijn vraagrecht. Wanneer de verstandhouding zoek is, kan hij initiatieven nemen zoals (onder bepaalde voorwaarden) de minderheidsvordering of een deskundigenonderzoek.

Het valt dus nog af te wachten of veel familiebedrijven gebruik zullen maken van de techniek van het meervoudig stemrecht. Wij zijn alvast van mening dat controlevehikels voor familiebedrijven nog steeds belangrijke voordelen kunnen bieden.

Sofie Lerut
Partner Roots Advocaten