Geert Janssens (Etion): “De eeuwigheid van familiebedrijven.”

In zijn boek Eeuwig ondernemen onderzoekt Geert Janssens waarom sommige ondernemingen generaties lang overeind blijven, terwijl andere ondanks succes toch verdwijnen. “Ondernemingen die honderd jaar overleven doen dat zelden omdat ze consequent de juiste beslissingen nemen,” zegt hij. “Hun geschiedenis bestaat uit fouten, heroriëntaties en toeval. Wat hen onderscheidt, is hun vermogen om fouten te corrigeren vóór ze fataal worden.”

Falen ontstaat zelden door een gebrek aan kennis. Ondernemers beschikken vandaag over meer data, analyses en managementinzichten dan ooit tevoren, en toch lopen bedrijven telkens opnieuw in dezelfde valkuilen. Volgens econoom en auteur Geert Janssens ligt de kern van ondernemerschap daarom niet in het altijd nemen van de juiste beslissing, maar in het vermogen om met onzekerheid om te gaan. Daarmee sluit hij aan bij de economische denker Frank Knight, die stelde dat de beloning voor het dragen van onzekerheid niet noodzakelijk maximale winst is, maar het vermogen om te blijven bestaan. Continuïteit wordt zo de stille tegenhanger van winst: minder spectaculair, maar veel moeilijker te realiseren.

Volgens Janssens zie je die langetermijnreflex vaak sterker terug in familiale ondernemingen. “99,99 procent van de bedrijven zijn nog altijd klassieke ondernemingen, met klassieke structuren. In familiale bedrijven zie je vaak dat die structuur diep in de familie verankerd zit. Daardoor hebben ze doorgaans minder last van kortetermijndruk.” Dat betekent niet dat familiebedrijven automatisch beter zijn, benadrukt hij, maar wel dat hun cultuur en waarden hen vaak beter wapenen tegen onzekerheid.

Veerkracht in crisistijd

Familiale ondernemingen staan doorgaans dichter bij hun leveranciers, klanten en medewerkers. Vandaag noemen we dat stakeholdermanagement, maar volgens Geert Janssens gaat het in essentie om betrokkenheid en wederzijds begrip. “Ze beseffen bijvoorbeeld dat je je beste leveranciers of cruciale schakels in je keten niet mag kapotdrukken, omdat je die later opnieuw nodig hebt.” Die houding maakt ondernemingen veerkrachtiger in crisistijden.

Tegelijk waarschuwt hij voor de schaduwzijde van familiale structuren. Historisch draaiden veel familiebedrijven rond een patriarchale leider wiens visie onaantastbaar was. Hoewel governance vandaag veel professioneler is geworden, blijft het risico bestaan dat raden van bestuur slechts decor zijn. “Als de baas altijd gelijk heeft, zal hij vroeg of laat ongelijk krijgen,” zegt Janssens scherp. Daarom is correctiecapaciteit volgens hem cruciaal. Organisaties moeten actief tegenspraak organiseren en feedback toelaten. “Governance zonder tegenspraak is decor; tegenspraak zonder bescherming is theater.”

Die gedachte vormt de rode draad doorheen zijn analyse. Bedrijven overleven niet omdat ze foutloos zijn, maar omdat ze mechanismen ontwikkelen om tijdig bij te sturen. Zonder ruimte voor kritiek of inspraak nemen uiteindelijk de feiten het over. “Als klanten ontevreden zijn maar niemand dat durft te zeggen, dan houdt zo’n onderneming het niet vol.” Governance moet dus niet alleen bestaan op papier, maar ook cultureel ingebed zijn. Veel managementboeken focussen op strategieën, leiderschapstechnieken en succesmodellen, maar volgens Janssens missen ze vaak een essentieel element: een cultuur die tegenspraak mogelijk maakt. Zonder die culturele laag blijven governance en strategie dode letters. Zelfs succesvolle bedrijven kunnen dan onverwacht imploderen.

Uitgestelde kwetsbaarheid

Ook financieel succes kan volgens hem misleidend zijn. Hoge marges of grote cashbuffers worden vaak gezien als een teken van sterkte, terwijl ze soms net het tegenovergestelde betekenen. “De keerzijde van surplus is dat het kan betekenen dat je te weinig investeert.” Veerkracht vraagt immers voortdurende vernieuwing. Als overschotten ontstaan door minder te investeren, innovatie uit te stellen of leveranciers en personeel harder onder druk te zetten, dan creëert een onderneming volgens Janssens geen kracht, maar uitgestelde kwetsbaarheid. De sterkste bedrijven investeren daarom ook tijdens moeilijke periodes selectief verder in relaties, talent en innovatie. Ze bouwen niet alleen winst op, maar ook legitimiteit en vertrouwen. Uiteindelijk koop je daarmee geen maximale winst, maar een grotere kans op overleven.

Dat geldt volgens Janssens ook voor medewerkersparticipatie. Hij verwijst naar voorbeelden uit het interbellum, zoals Agfa-Gevaert, waar al in de jaren twintig (toen nog onder de vlag Gevaert Photo-Producten) gesproken werd over winstparticipatie, co-ownership en gedeeld eigenaarschap. “Dat lijkt vandaag modern, maar het bestond toen al.” Toch werd participatie nooit het dominante model. Werknemers kozen vooral voor zekerheid via het klassieke looncontract, terwijl participatie in eigendom onzekerheid met zich meebrengt. Volgens Janssens heeft die keuze een prijs. “Historisch gezien zijn werknemers gemiddeld slechter af geworden doordat ze niet delen in de vermogensopbouw.” In een tijdperk van AI en automatisering wordt dat debat volgens hem alleen belangrijker. De vraag wordt steeds meer wie de toekomstige toegevoegde waarde zal incasseren.

Ook geopolitiek vraagt vandaag om een andere manier van denken. Janssens pleit ervoor om waardeketens “geopolitiek leesbaar” te maken. Ondernemingen moeten weten waar hun kritieke grondstoffen vandaan komen, welke leveranciers vervangbaar zijn en welke afhankelijkheden tegen hen gebruikt kunnen worden. De coronacrisis maakte die kwetsbaarheid zichtbaar, maar volgens hem zijn de huidige geopolitieke spanningen minstens even ingrijpend. Hij verwijst daarbij naar de Europese afhankelijkheid van Russisch gas en olie. Dat werd lange tijd geminimaliseerd, zelfs grotendeels genegeerd. Het Duitse economische model leek onaantastbaar dankzij goedkope energie, exportgroei en loonmatiging, maar creëerde tegelijk gevaarlijke afhankelijkheden. Vandaag worden de gevolgen daarvan steeds zichtbaarder.

Nood aan aanpassingsvermogen

De echte kunst van ondernemerschap ligt volgens Janssens dan ook niet in perfect voorspellen, maar in het bouwen van opties. Bedrijven moeten voldoende marges, cash, talent en flexibiliteit behouden om zich snel te kunnen heroriënteren wanneer omstandigheden veranderen. “De truc is niet juist voorspellen, maar opties bouwen.”

Die nood aan aanpassingsvermogen ziet hij niet alleen in ondernemingen, maar ook breder in de samenleving. Hij waarschuwt voor een toenemende bureaucratisering waarbij structuren belangrijker worden dan weerbaarheid. Vlaanderen creëert volgens hem vaak complexe subsidie- en agentschapssystemen, terwijl er te weinig wordt nagedacht over duurzame vermogensopbouw of robuuste maatschappelijke structuren. Toch blijft Janssens fundamenteel optimistisch. Technologie, AI en robotisering kunnen volgens hem enorme vooruitgang mogelijk maken. Alleen zal de samenleving beter moeten nadenken over hoe de opbrengsten daarvan verdeeld worden. Productiviteit zal stijgen, zegt hij, maar de centrale vraag blijft wie uiteindelijk eigenaar wordt van die nieuwe waarde, en hoe we die economische toekomst maatschappelijk organiseren.

--

Geert Janssens

Eeuwig ondernemen

EAN: 9789059964372

Uitgever: LannooCampus

Terug naar het overzicht

Opvolgersscan

Als eigenaar/bedrijfsleider van je familiebedrijf heb je wellicht het liefst dat één of meerdere kinderen op een bepaald moment het roer overnemen.

Maar hoe bepaal je als ouders objectief of je kinderen hiervoor aangewezen zijn? Patrick De Schutter ontwierp hiervoor de Opvolgersscan.

Een niet-familiale CEO: zes aandachtspunten

Samenwerken met een niet-familiale CEO loopt niet steeds van een leien dakje.

Jozef Lievens stipt 6 factoren aan die het aantrekken van en de samenwerking met een externe CEO kunnen maken of kraken.

Meer weten?

Vier soorten governance in het familiebedrijf

Er wordt vaak beweerd dat governance in familiebedrijven complexer is dan in niet-familiebedrijven. Dat is ongetwijfeld juist. De oorzaak hiervoor is te vinden in het feit dat een familiebedrijf bestaat uit een aantal componenten die elk een aparte soort governance vereisen.

Volgens Jozef Lievens zijn er vier soorten governance vereist :

  • ownership governance
  • business governance
  • family governance
  • wealth governance
Lees meer

Raad van bestuur of raad van advies

Veel familiale ondernemers stellen zich de vraag of ze beter met een echte raad van bestuur of met een raad van advies van start gaan. Volgens Sofie Lerut hebben beide pistes zekere voordelen, maar er zijn belangrijke verschillen.

Lees meer