Innoveren: de troeven van het familiebedrijf

22.08.2018

Wie het woord ‘innovatie’ hoort denkt ongetwijfeld aan de Ubers, Facebooks en Googles van dit tijdperk. Toch hoef je niet in Silicon Valley te wonen of zeven kapitaalrondes van externe investeerders op zak te hebben om te innoveren.

In een wereld vol verandering komt er als bedrijfsleider heel wat op je af. Enerzijds wordt ons ingeprent dat bedrijven die willen overleven vooral zeer wendbaar moeten zijn, en morgen moeten kunnen implementeren wat vandaag werd bedacht. Er wordt gejongleerd met termen als ‘lean’ en ‘agile’, die inhouden dat een bedrijf geen logge tanker mag zijn, maar uit kleine bootjes moet bestaan.

Anderzijds horen we dat het belangrijk is om op lange termijn te denken - en dat mag je gerust serieus nemen. Kijk maar naar Masayoshi Son, de CEO en oprichter van het Japanse SoftBank. Zijn bedrijf ontwikkelt niet alleen zelf technologie, maar investeert ook in bedrijven als Uber, Boston Dynamics en Alibaba. In 2010 presenteerde Son een meerjarenplan waarin hij de weg voor zijn bedrijf beschreef. Dat visionair plan keek geen drie jaar, maar drie eeuwen vooruit.

Als er één type bedrijven geschikt is om anno 2018 te innoveren, dan zijn het wel familiebedrijven. Zo hebben ze bijvoorbeeld minder stakeholders waarmee ze rekening moeten houden, wat zowel een voor- als nadeel is. Critici zouden kunnen opwerpen dat familiebedrijven minder slagkracht hebben omdat ze doorgaans over minder kapitaal beschikken, maar anderzijds biedt het net kansen om snel projecten op te zetten. Doordat familiebedrijven niet in kwartalen hoeven te denken kunnen en moeten ze ook verder vooruit kijken.

De cijfers zijn er dan ook naar: uit onderzoek van de Nederlandse Nyenrode Business Universiteit blijkt dat 62 procent van alle familiebedrijven de laatste drie jaar minimaal één nieuw product of dienst op de markt heeft gebracht. Van die bedrijven kwam in 2016 al 14,6 procent van hun omzet uit deze nieuwe producten of diensten.

Die honger naar innovatie merken we ook bij In The Pocket, waar we geregeld Vlaamse familiebedrijven als AGO, Colruyt of Decospan begeleiden. Dat innoveren gebeurt lang niet altijd door een volledig nieuw product te bouwen, maar vaak aan de hand van een zogenaamde ‘sprint’. Op twee weken tijd wordt aan de hand van nieuwe technologieën (artificial intelligence, bijvoorbeeld, of augmented reality) een oplossing op een bestaand probleem gezocht.

Door nadien een prototype voor een nieuw product te bouwen kun je als bedrijf snel beslissen of en hoe die nieuwe technologie relevant kan zijn voor je business. Zo kun je - zonder kantoor in Silicon Valley of zeven kapitaalrondes - voor een vrij lage kost toch experimenteren met baanbrekende ontwikkelingen.

Thomas Smolders
In The Pocket