Is beursexit interessant voor Colruyt?

Een analyse van beurshuis Degroof Petercam suggereert dat een beursexit een mogelijke piste is voor de retailketen Colruyt. In De Tijd (26 januari) laat familiaal CEO Jef Colruyt verstaan dat het een interessante suggestie is, maar momenteel niet aan de orde. IFB-expert Patrick De Schutter duidt de soms moeilijke relatie tussen familiebedrijven en de beurs: “Hun langetermijnvisie en investeringsbeleid kan haaks staan op de verwachtingen van beleggers. We merken dan ook dat familiebedrijven vandaag inderdaad geneigd zijn de beursnotering in vraag te stellen.”

Het rapport van Degroof Petercam stelt openlijk de vraag waarom de familie Colruyt geen beursexit zou overwegen: “De financiële slagkracht laat de familie bijna toe het bedrijf van de beurs te halen.” Colruyt, waarvan ruim de helft in handen is van de familiale aandeelhouders, heeft een beurswaarde van 6,6 miljard euro. De onderneming is schuldenvrij en heeft bovendien een flinke oorlogskas die toelaat om te investeren.

Een mogelijke beursexit zou niet onlogisch zijn. Patrick De Schutter: “We hebben de voorbije jaren wel meer familiebedrijven gezien die ervoor hebben gekozen de beurs weer te verlaten. Ik denk aan Duvel Moortgat, Omega Pharma, VPK, CMB… Elk hadden ze hun eigen beweegreden, maar het is toch duidelijk dat familiebedrijven, ook na een lange tijd op de beurs, inderdaad geneigd zijn de beursnotering in vraag te stellen.”

Langetermijnvisie kan wegen op beurskoers

Een mogelijke verklaring ligt in de transparantie- en communicatieverplichtingen die een beursnotering met zich meebrengt. “Men maakt uiteraard een afweging tussen de meerwaarde die een beursnotering opbrengt en de verplichtingen. Je staat als beursgenoteerd bedrijf in de spotlights, je moet veel communiceren over je plannen en je strategie. Alle investeerders moeten immers gelijktijdig geïnformeerd worden over beslissingen of over beleidsintenties die een belangrijke invloed kunnen hebben op het bedrijf en zijn beurskoers”, merkt De Schutter op.

Buiten de beurs is het voor een familiebedrijf makkelijker om in de luwte te werken en zijn er veel minder verplichtingen rond verslaggeving en transparantie. “We weten ook dat goed geleide familiebedrijven op zeer lange termijn denken – vaak over generaties heen. Die hebben geen probleem om te investeren in zaken die pas een rendement genereren over pakweg 5 of 10 jaar. In de context van de beurs is dat zeer moeilijk. Dergelijke langetermijninvestering weegt immers op je financiële resultaten en dus ook op de beurskoers.”

Tegenstrijdige belangen

Patrick De Schutter wijst ook op de soms tegenstrijdige belangen van familiale aandeelhouders en beleggers: “Wie op de beurs investeert, wil graag een onmiddellijk rendement in de vorm van een jaarlijks dividend en hoopt via het aandeel op termijn ook een meerwaarde te realiseren. Dit staat soms haaks op de strategie en filosofie van familiale controlerende eigenaars. Zij zijn bij investeringen gerust bereid om te wachten op dividend, of een lager dividend te aanvaarden zodat die middelen geherinvesteerd worden in de langetermijnstrategie. Ook in zo’n context is het dikwijls interessanter om van de beurs af te gaan.”

En last but not least is er de situatie op de financiële markten vandaag. “Vele banken zitten op een berg spaargeld dat ze tegen zeer aantrekkelijke voorwaarden willen investeren in de economie. Bedrijven vinden dus relatief gemakkelijk een goedkope financiering. Het eigen groeipad financieren via de bank is dus interessanter geworden dan via de beurs geld ophalen. Ook dat is een element van belang bij een mogelijke beursexit”, besluit De Schutter.