Langetermijndenken familiebedrijven zorgt voor sterke beursprestaties

28.02.2015
Eigendom Strategie

De Belgische familiebedrijven die op de beurs noteren, zijn uitgegroeid tot een echte alternatief voor de particuliere belegger. Dat concludeert De Tijd (28 februari 2015) na een vergelijking van de handelsvolumes, de koersevolutie en de dividenden van de beursgenoteerde familiale kmo's.

Sinds Nieuwjaar zorgen de familiebedrijven voor een hausse op de beurs: Kinepolis, Lotus Bakeries, Resilux, Roularta, Van de Velde, ... het zijn maar enkele van de bedrijven die om één of andere reden in de kijker liepen en sterker noteren. De ondernemingen die door een familie worden gecontroleerd, noteren gemiddeld 18% hoger sinds het begin van het jaar. Dat is een derde beter dan het gemiddelde van de Bel20-index die een stijging van 12% optekent, zo leert een berekening van De Tijd.

Belangrijke vaststelling is dat het gemiddelde dividendrendement van de familiebedrijven vandaag zo'n 2,7% bedraagt. Netto levert dat een particuliere belegger 2% rendement op, wat dus flink beter is dan de doorsnee rente op een spaarboekje of staatsbon.

Langetermijnstrategie is succesfactor

Het is duidelijk dat de betrokkenheid van de ondernemende families en de langetermijnstrategie die ze hanteren de belangrijkste verklaringen vormen voor het huidige succes. Jozef Lievens, gedelegeerd bestuurder van het Instituut voor het Familiebedrijf: "In de eerste plaats zijn familiale aandeelhouders meer betrokken bij hun bedrijf. Het gaat om hun eigen geld en de eer van hun familienaam. Als je Van de Velde heet, dan verdedig je je nalatenschap."

"Ten tweede blinken familiebedrijven meer uit in langetermijndenken. Ze nemen meer tijd om hun investeringen te laten renderen. Ze durven ook meer tegendraads te investeren, ook in tijden van tegenspoed. Ten derde gebeurt de besluitvorming er sneller. Ze verliezen zich niet in lange bureaucratische beslissingslijnen. En ook de passie, die van generatie op generatie wordt doorgegeven, draagt bij tot het succes."

Het volledige artikel vindt u op de website van De Tijd.