Opvolging: één op de drie familiebedrijven onbeslist

17.03.2015
Opvolging

De professionalisering van de Vlaamse familiebedrijven zet zich door. Steeds meer familiale ondernemingen buigen zich tijdig over hun toekomst en de opvolging in het bedrijf. Maar toch blijkt nog steeds 36% geen zicht te hebben op hoe die zal verlopen.

Het Instituut voor het Familiebedrijf (IFB) is het kenniscentrum over familiaal ondernemen in Vlaanderen. Het IFB hield de afgelopen maand een bevraging om te peilen naar de professionalisering van de familiebedrijven en hun uitdagingen voor de toekomst. Een representatief staal van zo’n 170 familiebedrijven nam deel aan de bevraging. Die resultaten zijn verwerkt in de Familiebedrijven Barometer 2015.

Familiale continuïteit primeert

In een eerste luik van de enquête peilde het IFB naar de opvolging in het familiebedrijf. In 7 op de 10 bedrijven is dat op korte of middellange termijn aan de orde. Jozef Lievens, gedelegeerd bestuurder IFB: “Bij die bedrijven is er een duidelijke wens voor continuïteit: 41% kiest voor familiale opvolging, en bijna 13% verkiest familiale controle te behouden. Bijna 10% zegt te zullen verkopen."

"Maar wat het meeste opvalt is dat 36% van de betrokken bedrijven onbeslist is over het toekomstscenario. Dat is een cijfer dat ons wat zorgen baart, aangezien we uit ervaring weten dat het voorbereiden van een overdracht een proces van lange duur is, dat makkelijk enkele jaren in beslag neemt.”

In een reportage op Focus-WTV gaf Jozef Lievens tips voor een geslaagde familiale overdracht. U kan de reportage hier herbekijken.

Steeds meer externe bestuurders

Wat de governance in de familiale ondernemingen betreft, zet de tendens van professionalisering zich voort. 4 op de 10 bedrijven hebben externe bestuurders in hun raad van bestuur. “Externe expertise is verrijkend voor een familiale raad van bestuur. Het is hoopgevend dat steeds meer bedrijven externe bestuurders aantrekken”, stelt Jozef Lievens.

“In zowat de helft van de bedrijven komt de Raad van Bestuur minstens vier keer per jaar samen, zoals de Code-Buysse voorschrijft. Toch kan de werking van het bestuursorgaan nog beter, want slechts 12% zegt dat zijn Raad van Bestuur ‘zeer goed’ werk levert.”

Vinden van goed personeel is belangrijkste probleem

Het IFB peilde tot slot ook naar de uitdagingen waar familiale ondernemingen mee geconfronteerd worden. De belangrijkste zijn de gekende, algemene problematieken om goed personeel te vinden en de hoge loonlasten in België.

Patrick De Schutter, co-gedelegeerd bestuurder IFB: “Wanneer we peilen naar de belangrijkste hinderpalen voor groei van de familiebedrijven, staat de personeelsproblematiek op 1. 50% van de ondervraagden zegt onvoldoende goed personeel te vinden. Teveel administratieve rompslomp en bureaucratie blijft ook een hindernis voor groei (37%) en op 3 staat een gebrek aan financiering (29%)."

"We hopen dat de overheid op al deze vlakken met maatregelen komt. Want familiebedrijven zijn een onontbeerlijk onderdeel voor de economische groei. Laten we niet vergeten dat meer dan 75% van de Belgische bedrijven in familiale handen is, en zij samen instaan voor ongeveer de helft van de werkgelegenheid”, besluit De Schutter.