Tim De Smet (Thompson): 'Onze klanten appreciëren de korte lijn'

12.04.2021
Governance Familie

Corona zorgde voor een stevige aardbeving in zowat alle sectoren. Hoewel sommige bedrijven nog steeds noodgedwongen de deuren gesloten houden, voelen andere bedrijven net een positieve impact van de crisis. Zo ook bij Thompson, de gekende fietsenproducent uit Geraardsbergen. Net als bij hun concurrenten is er een gevoelige stijging in de vraag naar hun wielerfietsen, mountainbikes en e-bikes. Een opsteker in het jaar dat het fietsenmerk zijn eeuwfeest viert.

Zoals het een eeuweling betaamt gaat de geschiedenis van Thompson honderd jaar terug, wanneer in 1921 Hector De Smet en zijn echtgenote Aline het gelijknamige familiebedrijf oprichten. Ze produceren fietsen in eigen beheer, van het ontwerp over het lassen van frames tot het lakken en assembleren van de fietsen. De tweewielers worden verkocht onder het merk Thompson, geïnspireerd door Sadie Thompson, een internationaal bekende schoonheid in de jaren twintig. Vrij snel maakt Thompson zijn intrede in het professionele circuit met een eigen wielerploeg. Zo wordt het merk ook bij het grotere publiek bekend.

Honderd jaar later staat met Tim en Isabel De Smet de vierde generatie aan het roer. Sinds hun vader Luc met pensioen ging houden broer en zus de touwtjes stevig in handen. Al stond dat niet in de sterren geschreven. “Voor mij was het al snel duidelijk dat ik in het familiebedrijf zou stappen,” aldus Tim De Smet, zaakvoerder van Thompson. “Als kind al was ik gefascineerd door de fietsenwereld. Voor Isabel lag dat anders. Zij studeerde af als veearts en werkte ook even in de branche. Maar toen mijn vader haar vroeg om de groei van het bedrijf mee te ondersteunen, twijfelde ze niet en stapte ze in het familiebedrijf.”

“Mijn zus Isabel heeft de dagelijkse leiding binnen Thompson,” gaat Tim verder. “Ze is verantwoordelijk voor het personeel, de productie en facturatie. Ik neem de rest voor mijn rekening, met de klemtoon op de ontwikkeling van nieuwe producten.” Het geheim van hun succesvolle samenwerking ligt in een duidelijke rolverdeling. “Het is belangrijk om van bij de start goeie afspraken te maken,” aldus Tim. “Zo werkt het ook. We bespreken zowat alles, maar de uiteindelijke beslissing wordt genomen door één persoon, degene die voor dat domein verantwoordelijk is.”

Het begrip familiebedrijf kan je bij Thompson best letterlijk nemen. “Naast mijn zus en ikzelf werken ook onze partners in het bedrijf. Mijn vrouw staat in voor de aankoop en planning, mijn schoonbroer staat aan het hoofd van de productie. Daarnaast is mijn tante verantwoordelijk voor de boekhouding.”

Dat Thompson zijn honderdjarig jubileum kan vieren is volgens Tim mee te danken aan het familiaal karakter van het bedrijf. “Het voordeel van een familiebedrijf is dat we een kleine structuur hebben. We zijn als familie overal bij betrokken, waardoor we direct kunnen reageren. Onze klanten appreciëren die korte lijn.”

Hoewel 2020 dankzij (en ondanks) corona een recordjaar werd, heeft Thompson belangrijke uitdagingen in de toekomst. “We zijn een familiebedrijf met een eenvoudige achtergrond,” aldus Tim. “We vechten op tegen veel hogere marketingbudgetten van verschillende multinationals in de markt. Ons familiale karakter is in dit opzicht een uitdaging, maar evenzeer een troef. We spelen het familiale karakter en de Belgische oorsprong van Thompson uit in onze marketing. Dat is vooral van belang naar onze nieuwe en bestaande partners. Dat we een familiebedrijf zijn is met name ook voor hen een voordeel. Omdat we een kleine structuur hebben, krijgen onze partners veel inspraak. Ze kunnen rechtstreeks met de zaakvoerder spreken. Hun gesprekspartner heeft meteen ook beslissingskracht. Bovendien maakt de kleine structuur ons erg flexibel en kunnen we direct reageren.”

Of er een geheime succesformule is om als familiebedrijf honderd jaar te worden? “Ik geloof niet in één heiligmakende formule,” antwoordt Tim nuchter. “Al ben ik er wel van overtuigd dat duidelijke afspraken en een duidelijke visie houden onontbeerlijk zijn om te blijven bestaan.”